Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 356
Dossier 83
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekening.

31 juli 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Markten of Publieke Werken). Aan: Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Hoofdbureau van Politie, O.Z. Achterburgwal 185, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekening. 31 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Markten of Publieke Werken). Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Hoofdbureau van Politie, O.Z. Achterburgwal 185, Amsterdam-Centrum. Handgeschreven bovenaan: extra

VD/HG.

37/67/2 M.

31 Juli 1941.

Vergunning overzetveer
ten name van D. Groot.

den Heer Hoofdcommissaris
van Politie,
Hoofdbureau van Politie,
O.Z. Achterburgwal 185,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3

Hiermede heb ik de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.

Bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 27 Januari 1939 No.3306 Bel.Pr.(1938) is aan D. Groot, 2e Hugo de Grootstraat 74 I, alhier, vergunning verleend tot het hebben van twee lieren met een staalkabel en een schuilhuisje aan de uitmonding van het Oostelijk Marktkanaal in de Kostverlorenvaart.

Door mij is op 23 dezer geconstateerd, dat Groot voornoemd voor het overzetten ook gebruik maakt van een motorvlet; hiertegen zou dezerzijds geen bezwaar bestaan, ware het niet, dat op vorengenoemden datum is waargenomen, dat Groot met zijn motorvlet aanlegde aan een der pieren der Centrale Markt en daar een persoon afzette. Na onderzoek bleek, dat deze persoon in het bezit was van een geldig toegangsbewijs voor de Centrale Markt, maar het gevaar is niet denkbeeldig, dat ook andere personen, die geen toegang hebben tot de Centrale Markt, op deze wijze de markt zouden kunnen betreden.

Ik verzoek U beleefd te doen nagaan, of er aanleiding bestaat om de onderhavige vergunning te doen wijzigen in dien zin, dat het Groot zal zijn toegestaan gebruik te maken van een motorvlet of roeiboot; in de te wijzigen vergunning zal dan echter de voorwaarde moeten worden opgenomen, dat de vergunninghouder in geen geval mag aanleggen aan de terreinen der Centrale Markt.

De Directeur, In deze brief rapporteert een onbekende directeur (mogelijk van de Centrale Markten of een gerelateerde dienst) een onregelmatigheid aan de Hoofdcommissaris van Politie in Amsterdam. Het betreft de heer D. Groot, die een vergunning heeft voor een overzetveer (met lieren en een kabel) over de Kostverlorenvaart bij het Oostelijk Marktkanaal.

De directeur heeft geconstateerd dat Groot een motorvlet gebruikt in plaats van het vergunde kabelsysteem. Hoewel het gebruik van een bootje op zich geen probleem is, is de directeur bezorgd over de veiligheid en toegangscontrole. Hij zag Groot namelijk aanleggen bij een pier van de Centrale Markt om iemand af te zetten. Hoewel deze specifieke persoon een vergunning had, wordt dit gezien als een potentieel beveiligingslek: onbevoegden zouden via het water de markt kunnen betreden zonder de officiële ingangen te passeren.

Er wordt voorgesteld om de vergunning formeel uit te breiden naar het gebruik van een motorvlet of roeiboot, maar met de strikte voorwaarde dat er nooit mag worden aangelegd op de terreinen van de Centrale Markt. De brief dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een verscherpt toezicht op vitale infrastructuur en voedseldistributiepunten, zoals de Centrale Markten in Amsterdam. De bezetter en de Nederlandse overheid onder toezicht waren zeer beducht voor illegale handel, sabotage of het ontduiken van regelgeving.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een streng bewaakt terrein waar men enkel met een officieel toegangsbewijs mocht komen. De vrees dat een veerman mensen "buitenom" het terrein op kon smokkelen, paste binnen de paranoïde sfeer van de bezettingstijd, waarbij elk gaatje in de controle gedicht moest worden. De brief illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee zelfs kleine overtredingen van lokale vergunningen werden behandeld en gerapporteerd aan de hoogste politieautoriteit.

Samenvatting

In deze brief rapporteert een onbekende directeur (mogelijk van de Centrale Markten of een gerelateerde dienst) een onregelmatigheid aan de Hoofdcommissaris van Politie in Amsterdam. Het betreft de heer D. Groot, die een vergunning heeft voor een overzetveer (met lieren en een kabel) over de Kostverlorenvaart bij het Oostelijk Marktkanaal.

De directeur heeft geconstateerd dat Groot een motorvlet gebruikt in plaats van het vergunde kabelsysteem. Hoewel het gebruik van een bootje op zich geen probleem is, is de directeur bezorgd over de veiligheid en toegangscontrole. Hij zag Groot namelijk aanleggen bij een pier van de Centrale Markt om iemand af te zetten. Hoewel deze specifieke persoon een vergunning had, wordt dit gezien als een potentieel beveiligingslek: onbevoegden zouden via het water de markt kunnen betreden zonder de officiële ingangen te passeren.

Er wordt voorgesteld om de vergunning formeel uit te breiden naar het gebruik van een motorvlet of roeiboot, maar met de strikte voorwaarde dat er nooit mag worden aangelegd op de terreinen van de Centrale Markt.

Historische Context

De brief dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een verscherpt toezicht op vitale infrastructuur en voedseldistributiepunten, zoals de Centrale Markten in Amsterdam. De bezetter en de Nederlandse overheid onder toezicht waren zeer beducht voor illegale handel, sabotage of het ontduiken van regelgeving.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een streng bewaakt terrein waar men enkel met een officieel toegangsbewijs mocht komen. De vrees dat een veerman mensen "buitenom" het terrein op kon smokkelen, paste binnen de paranoïde sfeer van de bezettingstijd, waarbij elk gaatje in de controle gedicht moest worden. De brief illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee zelfs kleine overtredingen van lokale vergunningen werden behandeld en gerapporteerd aan de hoogste politieautoriteit.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6