Archief 745
Inventaris 745-356
Pagina 375
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Politie- of inspectierapport (Rapport van de Controleur).

11 augustus 1941.

Origineel

Politie- of inspectierapport (Rapport van de Controleur). 11 augustus 1941. № 37/75/M. 1341 12/8
RAPPORT (onderstreept)

Gezien (handgeschreven in de marge)

Onderget. Controleur D. Schiermeier rapporteert U hierby het volgende:
Hedenmorgen werd my door den Heer Du Maine lid van de Comm. van aardapp. Grossiers, aangifte gedaan van vermissing van 40 zak (20) mud aardappelen. Welken van een party, groot 208 zak opgeslagen op pier O t/o pakhuis Van der Burg.

Onderget. heeft hierop op last van den Heer Steenbeek deze zaak in onderzoek genomen.
1. Heeft hy verhoord den aardappelverwerker Cornelis Pronk. deze verklaarde:
"Zaterdagmorgen hebben wy in lagen, aardappelen opgestapeld, op pier O t/o het pakhuis van Van der Burg ik weet zeker dat er 208 zak waren, want ik heb ze zelf geteld en opgeschreven het kan niet missen ik heb het genoteerd in myn boekje. De grossier G. Maas heeft ook mee-geteld "het bestaat niet dat wy ons 40 zak hebben vergist"

Onderget. heeft hierop verhoord den grossier W. v. d. Burg deze bevestigde de verklaring van Pronk, hy had n.l. van Pronk doorgekregen dat er 208 zak aardappelen waren opgestapeld op pier O en waren afgedekt en met touw afgebonden. Het waren de laatste aardappelen uit de schuit die Zaterdag moest vertrekken en zoodoende was leeggemaakt. Van der Burg had de aardappelen zelf niet geteld.

Onderget heeft toen aan den Heer v. d. Burg verzocht of hy na kon rekenen hoeveel mud er uit de schuit was gekomen en hoeveel verkocht was en of er dan een verschil van 20 mud overbleef.

De heer V. d. Burg heeft hierop een oprekening aan de hand van boekhouding gemaakt met resultaat dat van de 949 mud welke in de schuit moest zitten er 947 mud aan wal waren gebracht en verkocht zoodat van de geheele lading een verschil van 4 zak (2 mud) overbleef dit is heel gewoon, een verschil van een paar mud door inwegen. Hy verklaarde dan ook aan onderget. dat de aardappel verwerker Pronk zich met tellen moet hebben vergist want er worden geen aardappelen vermist alles klopt precies.

De aangifte van diefstal wordt hierop ingetrokken.

Amsterdam, 11 Augustus 1941.
De Controleur,
[handtekening: D. Schiermeier]

Den Weledl Heer
Bedryfschef.

[handgeschreven paraaf/tekening]
[handgeschreven: Gezien 12-8-41] Het document is een zakelijk verslag van een opsporingsambtenaar of controleur werkzaam in de aardappelvoorziening. De kern van het rapport is de melding van een aanzienlijk tekort (40 zakken/20 mud) in een partij aardappelen op een Amsterdamse kade (Pier O).

Uit de verhoren blijkt een discrepantie tussen de fysieke telling door de arbeider (Pronk) en de administratieve werkelijkheid van de grossier (Van der Burg). Terwijl Pronk stellig beweert dat hij 208 zakken heeft geteld, wijst de boekhouding van de totale lading uit de schuit uit dat er vrijwel niets ontbreekt. Het minieme verschil van 2 mud wordt toegeschreven aan "inwegen" (natuurlijk verlies of kleine afwijkingen bij het wegen). De conclusie is dat er sprake is van een telfout en niet van diefstal, waarna de aangifte wordt ingetrokken. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was er sprake van toenemende schaarste en distributiebonnen. Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel.

Het feit dat er direct een officieel rapport wordt opgesteld voor een (vermeend) verlies van 40 zakken, onderstreept hoe streng de controle op voedselvoorraden was. Elk tekort kon duiden op diefstal voor de zwarte markt, wat in oorlogstijd zwaar gestraft werd. De betrokkenheid van de "Comm. van aardapp. Grossiers" wijst op de corporatieve organisatie van de handel onder toezicht van de bezetter of de Nederlandse overheid in opdracht van de bezetter. De terminologie ("mud", "schuit", "grossier") is typerend voor de toenmalige handel in bulkgoederen via de Amsterdamse haven.

Samenvatting

Het document is een zakelijk verslag van een opsporingsambtenaar of controleur werkzaam in de aardappelvoorziening. De kern van het rapport is de melding van een aanzienlijk tekort (40 zakken/20 mud) in een partij aardappelen op een Amsterdamse kade (Pier O).

Uit de verhoren blijkt een discrepantie tussen de fysieke telling door de arbeider (Pronk) en de administratieve werkelijkheid van de grossier (Van der Burg). Terwijl Pronk stellig beweert dat hij 208 zakken heeft geteld, wijst de boekhouding van de totale lading uit de schuit uit dat er vrijwel niets ontbreekt. Het minieme verschil van 2 mud wordt toegeschreven aan "inwegen" (natuurlijk verlies of kleine afwijkingen bij het wegen). De conclusie is dat er sprake is van een telfout en niet van diefstal, waarna de aangifte wordt ingetrokken.

Historische Context

Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en was er sprake van toenemende schaarste en distributiebonnen. Aardappelen waren een essentieel volksvoedsel.

Het feit dat er direct een officieel rapport wordt opgesteld voor een (vermeend) verlies van 40 zakken, onderstreept hoe streng de controle op voedselvoorraden was. Elk tekort kon duiden op diefstal voor de zwarte markt, wat in oorlogstijd zwaar gestraft werd. De betrokkenheid van de "Comm. van aardapp. Grossiers" wijst op de corporatieve organisatie van de handel onder toezicht van de bezetter of de Nederlandse overheid in opdracht van de bezetter. De terminologie ("mud", "schuit", "grossier") is typerend voor de toenmalige handel in bulkgoederen via de Amsterdamse haven.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 3

Kistenhuur is 20.000 kisten à 20 cent per kist = Uilenburg
Pand Medan

Gerelateerde Documenten 6