Getypte zakelijke brief.
Origineel
Getypte zakelijke brief. 3 Maart 1939. Een niet nader genoemde directie (waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam belast met marktgeld). Referentie: 21/8/2 M en VP/G. De Directeur van den Anthraciethandel Van Altena N.V., Bloemgracht 117, Amsterdam-Centrum (Wijk 7). [Rechtsboven:] VP/G.
[Midden, handgeschreven:] Extra
[Links:] 21/8/2 M
[Rechts:] 3 Maart 1939.
den Heer Directeur van den
Anthraciethandel Van Altena N.V.,
Bloemgracht 117,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 7.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 Februari jl. bericht ik U, dat overeenkomstig Uw verzoek de terzake van vaartuig no. 101 afgegeven jaarverklaring als niet gedaan wordt beschouwd. De U terzake opgelegde aanslag wegens marktgeld tot een bedrag van ƒ 40,- is hiermede vervallen.
De Directeur, De brief is een administratieve afhandeling van een bezwaar of verzoek tot intrekking. De Anthraciethandel Van Altena (een handelaar in steenkool) had blijkbaar een jaarverklaring afgelegd voor een specifiek vaartuig (nummer 101). Op basis van een schrijven van het bedrijf op 24 februari 1939 is besloten deze verklaring als nietig te beschouwen.
Het directe gevolg hiervan is dat een belastingaanslag (marktgeld) ter hoogte van 40 gulden is komen te vervallen. Dit suggereert dat het vaartuig mogelijk niet in de vaart was, niet op de betreffende locatie lag, of dat er een administratieve fout was gemaakt bij de oorspronkelijke aangifte. De toon van de brief is strikt zakelijk en ambtelijk. De brief dateert uit maart 1939, enkele maanden voor de algemene mobilisatie en het begin van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was steenkool (anthraciet) de primaire brandstof voor verwarming van woningen en het aandrijven van industrie in Nederland.
De locatie van het bedrijf, Bloemgracht 117 in Amsterdam, is historisch interessant. De grachten van Amsterdam werden in die tijd nog intensief gebruikt voor het transport van zware goederen zoals kolen. "Marktgeld" was een lokale belasting of retributie die betaald moest worden voor het gebruik van openbaar water of kades voor handelsdoeleinden. Een bedrag van 40 gulden was in 1939 een substantieel bedrag, ongeveer gelijk aan anderhalf weekloon voor een gemiddelde arbeider in die tijd.