Ambbtelijk rapport / verslag.
Origineel
Ambbtelijk rapport / verslag. Een controleur van het Marktwezen (ondertekend door J.P. v.d. Hoek). Nº 47/76/2 M. 1941
R A P P O R T
Naar aanleiding van het schrijven van de N.V: H.G. Ruhe, betreffende de kwestie van betaling van kadegeld voor het vaartuig "Duigenhandel", schipper G.v.d.Kruit, welk vaartuig op 8 Augustus 1941 aan de Centrale Markt ligplaats had bij de zoogenaamde exportloods, geladen met kratten bestemd voor genoemde N.V, kan ik U het volgende melden.
Op 8 Augustus 1941, omstreeks 9 uur v.m, constateerde ik, dat genoemd vaartuig op de hiervoor aangeduide plaats lag. De schipper die juist bezig was de deklast van de touwen te ontdoen, verklaarde mij desgevraagd, dat de geheele lading bestemd was voor de N.V. v/h H.G. Ruhe, waarop ik bedoelde schipper aanzegde dat hij dan kadegeld moest betalen. Ik presenteerde hem dan ook een kwitantie groot f. 6.80 (de grootte van het vaartuig was 170 ton). De schipper verklaarde echter dat deze kwitantie niet door hem, maar door de N.V. zou worden voldaan, waarop ik mij naar het pakhuis van de N.V. heb begeven. Waar ik daar echter niemand meer aantrof, heb ik de besproken kwitantie, genummerd 837, in het kadegeldboek ingeplakt en hiervan melding gemaakt op het dagrapport van 8 Augustus 1941. Toen op Zaterdag 9 Augustus bij mijn komst niemand in het pakhuis van Ruhe aanwezig bleek te zijn om het kadegeld te voldoen, heb ik mij xxxxxxxxxxxx op Maandag 11 Augustus weer naar het pakhuis begeven. De heer Ruhe weigerde toen echter de kwitantie te voldoen, zonder mij hiervoor een bepaalde reden op te geven. Van deze weigering heb ik toen bij rapport, d.d. 11 Augustus 1941 melding gemaakt. Door den heer Sixma werd toen beslist, dat Ruhe moest betalen. Op last van den heer Steenbeek is Ruhe toen op 14 Augustus voor het aanvangen der markt bij de toegangspoort staande gehouden en werd hem medegedeeld, dat hij eerst de kwitantie moest voldoen daar hem anders den toegang tot de markt zou worden geweigerd. Eerst toen heeft de heer Ruhe, zij het dan onder protest de kwitantie betaald. Met betrekking tot de opmerking van den heer Ruhe in zijn genoemd schrijven als zou een ambtenaar-wie is hem niet bekend-die kwestie heeft willen oplossen, zich hierbij verregaand ongemanierd en onbeschoft hebben gedragen, kan ik U melden, dat ik noch door uitlatingen of gebaren aanleiding heb gegeven tot een dergelijk verwijt.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
Amsterdam 21 Augustus 1941
Controleur,
[Handtekening: J.P. v.d. Hoek]
[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
P handelende in opdracht
van den heer Brouwer.
22/8 - '41
Steenbeek.
[Initialen: LS / LB] * Taalgebruik: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege jaren '40. Termen als "zoogenaamde", "desgevraagd" en het gebruik van "den heer" duiden op de destijds geldende etiquette in schriftelijke communicatie.
* Kern van het conflict: Het rapport beschrijft een bureaucratisch conflict over de betaling van kadegeld (liggeld). De controleur probeert het bedrag van ƒ 6,80 te innen voor een schip van 170 ton dat goederen voor de firma Ruhe komt lossen.
* Handhaving: Interessant is de escalatie van het conflict: wanneer de firma weigert te betalen, wordt als uiterste dwangmiddel de toegang tot de Centrale Markt ontzegd. Dit dwingt de betaling (onder protest) uiteindelijk af.
* Weerlegging van wangedrag: De controleur sluit af met een persoonlijke verdediging tegen een klacht van de firma Ruhe over "onbeschoft gedrag", waarbij hij stellig ontkent aanleiding te hebben gegeven voor zo'n verwijt. * Locatie: De gebeurtenissen vinden plaats op de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, destijds het logistieke hart voor de voedselvoorziening in de stad.
* Tijdsgeest: Hoewel het document dateert uit augustus 1941 (tijdens de Duitse bezetting), vertoont het de kenmerken van de voortzetting van het reguliere civiele bestuur. Het Marktwezen bleef functioneren volgens vastgelegde protocollen en tarieven.
* Havengeld/Kadegeld: Dit was een essentiële bron van inkomsten voor de gemeente Amsterdam voor het onderhoud van de kades en de marktfaciliteiten. De strikte handhaving ervan, zelfs voor relatief kleine bedragen, was kenmerkend voor de discipline binnen de gemeentelijke diensten.