Archiefdocument
Origineel
van dit schrijven gelieve U hierbij ~~eveneens~~
aan te treffen.
Beleefd verzoek ik U, Uw bemiddeling
te willen verleenen tot het, tot wederzijdsch
genoegen uit den weg ruimen der onderwerpelijke
aangelegenheid.
De Directeur J. L. Maulthwese
[Paraaf in paars] De tekst bevat een beleefd maar dringend verzoek aan de geadresseerde om te bemiddelen in een lopende kwestie. De woordkeuze "onderwerpelijke aangelegenheid" is een typische ambtelijke term voor de zaak waarover op dat moment wordt gecommuniceerd. De afzender streeft naar een oplossing "tot wederzijdsch genoegen", wat wijst op een verlangen naar een vreedzame of harmonieuze afhandeling van een mogelijk geschil of een complexe administratieve procedure. De doorstaling van het woord "eveneens" in de eerste regel duidt op een tekstuele correctie tijdens het schrijven om redundantie met het woord "hierbij" te voorkomen. Dit fragment maakt deel uit van de zakelijke correspondentie van een directeur (J. L. Maulthwese). De precieze aard van de organisatie of de kwestie wordt in dit deel van de brief niet expliciet genoemd, maar de toon is kenmerkend voor de Nederlandse bestuurscultuur uit de vroege tot midden 20e eeuw. In dergelijke correspondentie werd grote waarde gehecht aan hoffelijkheid en het formeel vastleggen van verzoeken om interventie of bemiddeling door derden of superieuren. L. Maulthwese
Samenvatting
De tekst bevat een beleefd maar dringend verzoek aan de geadresseerde om te bemiddelen in een lopende kwestie. De woordkeuze "onderwerpelijke aangelegenheid" is een typische ambtelijke term voor de zaak waarover op dat moment wordt gecommuniceerd. De afzender streeft naar een oplossing "tot wederzijdsch genoegen", wat wijst op een verlangen naar een vreedzame of harmonieuze afhandeling van een mogelijk geschil of een complexe administratieve procedure. De doorstaling van het woord "eveneens" in de eerste regel duidt op een tekstuele correctie tijdens het schrijven om redundantie met het woord "hierbij" te voorkomen.
Historische Context
Dit fragment maakt deel uit van de zakelijke correspondentie van een directeur (J. L. Maulthwese). De precieze aard van de organisatie of de kwestie wordt in dit deel van de brief niet expliciet genoemd, maar de toon is kenmerkend voor de Nederlandse bestuurscultuur uit de vroege tot midden 20e eeuw. In dergelijke correspondentie werd grote waarde gehecht aan hoffelijkheid en het formeel vastleggen van verzoeken om interventie of bemiddeling door derden of superieuren.