Zakelijke brief (handgeschreven op gelinieerd papier).
Origineel
Zakelijke brief (handgeschreven op gelinieerd papier). 13 augustus 1913. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. De Vereniging van Groothandelaars in Eieren, p/a de Heer H. Bruins, Brouwersgracht 151, Amsterdam. [Linksboven, stempel:] Nº 4311 M. 1913.
[Daaronder, handgeschreven:] 1 bijl.
[Rechtsboven, paraaf/notitie:] Gull [?]
A’dam, 13 Augustus 1913.
Aan de Vereniging van Groothandelaars
in Eieren
p/a den Heer H. Bruins
alhier
Brouwersgracht 151
Ingesloten doe ik U afschrift
toekomen van een door mij van de
Coöp. Roermondsche Eiermijn ontvangen
schrijven, inhoudende mededeeling dat
voor het ontbreken van carton enz. een
bedrag ad f 84,30 in rekening wordt
gebracht.
Aangezien U de zorg voor het in
goede staat terugzenden der ledige
kisten met verpakkingsmateriaal op U
hebt genomen en dus de schade voortvloeiende
uit het niet nakomen dezer verplichting
voor U rekening komt verzoek ik U
bovengenoemd bedrag ad f 84,30 mij
te willen doen toekomen.
[Rechtsonder, stempel:]
DE DIRECTEUR VAN
HET MARKTWEZEN
[Paraaf] * Kernboodschap: De brief betreft een vordering van 84,30 gulden. Dit bedrag is door de 'Coöperatieve Roermondsche Eiermijn' in rekening gebracht vanwege ontbrekend verpakkingsmateriaal (karton) in geretourneerde eierkisten.
* Juridische/Zakelijke context: De Directeur van het Marktwezen stelt de Vereniging van Groothandelaars in Eieren aansprakelijk voor dit bedrag. De vereniging had namelijk de verplichting op zich genomen om de kisten inclusief al het verpakkingsmateriaal in goede staat te retourneren. Omdat zij hierin zijn tekortgeschoten, moeten zij de schade vergoeden.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl die typerend is voor de vroege 20e eeuw (bijv. "Ingesloten doe ik U [...] toekomen", "voortvloeiende uit het niet nakomen dezer verplichting").
* Opmerkelijke details: De brief is geadresseerd aan een privépand op de Brouwersgracht (nr. 151), wat suggereert dat de vereniging of haar secretaris/vertegenwoordiger (H. Bruins) daar kantoor hield. In de vroege 20e eeuw was de handel in eieren in Nederland strak georganiseerd. De 'Eiermijnen' (veilingen), zoals die in Roermond, waren centrale punten waar eieren werden verzameld en verhandeld. Het transport gebeurde in houten kisten. Omdat verpakkingsmateriaal (zoals houtwol en kartonnen tussenwanden) relatief kostbaar was, was het gebruikelijk dat de kisten met de volledige inhoud werden geretourneerd voor hergebruik.
De Amsterdamse Dienst van het Marktwezen hield toezicht op de handel en de markten in de stad en fungeerde hier blijkbaar als tussenpersoon of toezichthouder bij het afwikkelen van logistieke claims tussen de producenten (de mijn) en de handelaren. Het genoemde bedrag van 84,30 gulden was voor 1913 een aanzienlijke som, wat wijst op een groot tekort aan materiaal of een grootschalige zending. H. Bruins Marktwezen