Archiefdocument
Origineel
14 november 1918. Gemeentelijke Reinigings- en Ontsmettingsdienst van Enschede. Heeren Burgemeester en Wethouders van Enschede. Nº 4764/5 (handgeschreven) M. 1918. 16/11 (gestempeld/handgeschreven)
GEMEENTELIJKE REINIGINGS- EN ONTSMETTINGSDIENST VAN ENSCHEDE.
Bureau: Langestraat nr. 32boven. Telefoonnummer 565.
Onderwerp:
Varkensmesterij. Enschede , 14 November 1918.
Bijlage één.
Onder terugzending van nevensgaand schrijven van den Directeur van het Marktwezen te Amsterdam, per apostille gedateerd 11 November 1918, nr. 626, 1e Afdeeling, in mijne handen gesteld, om te dienen van onderzoek, bericht en raad, heb ik de eer UEdelachtbaren beleefd mede te deelen, dat de eerste varkens hier midden September 1917 gekocht zijn. In totaal zijn (handgeschreven boven tekst) 77 stuks aangeschaft met een ruw gewicht van circa 40 K.G.
Ze worden gevoerd met de per specialen wagen bij particulieren opgehaalde aardappelschillen, groenteafval, en eetresten, afvalproducten der Centrale Keuken, bloed en afval van de Centrale Slachtplaats en wat door het Levensmiddelenbedrijf af en toe aan niet meer voor de consumptie geschikte levensmiddelen wordt beschikbaar gesteld.
De groenteafval en schillen worden eerst gewasschen en nagekeken of er zich ook scherpe voorwerpen in bevinden, daarna, vermengd (ver handgeschreven boven tekst) met het overige afval, gekookt in groote veevoederketels.
De ervaring heeft geleerd, dat het brengen van deze varkens op een eenigszins voldoend gewicht van circa 150 K.G. zeer lang duurt; dit door gebrek aan voldoende kracht meel (voeder). Bij de laatste weging op 7 September j.l. bedroeg het ruwe gewicht der 53 nog aanwezige varkens 5750 K.G.
De (onderstreept)
Aan
Heeren Burgemeester en Wethouders
van
E N S C H E D E Deze brief is een verslag van de Gemeentelijke Reinigings- en Ontsmettingsdienst van Enschede aan het gemeentebestuur. Het document beschrijft een initiatief waarbij de reinigingsdienst varkens houdt en mest. Dit project is gestart in september 1917, waarschijnlijk als antwoord op de voedselschaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog.
De kernpunten van het document zijn:
1. Hergebruik van afval: De varkens worden gevoerd met ingezameld huisvuil (schillen, etensresten), afval van de Centrale Keuken en de Centrale Slachtplaats. Dit toont een vroege vorm van circulaire economie en efficiënt afvalbeheer in tijden van schaarste.
2. Productieproces: Er wordt melding gemaakt van een hygiënisch proces waarbij afval wordt gecontroleerd op scherpe voorwerpen en vervolgens wordt gekookt in veevoederketels.
3. Economische uitdagingen: De schrijver rapporteert dat de groei van de varkens traag verloopt door een tekort aan krachtvoer (meel), een direct gevolg van de oorlogssituatie.
4. Statistieken: Er wordt nauwkeurig bijgehouden hoeveel varkens er zijn (53 stuks op het moment van schrijven) en wat hun gewicht is. De datum van de brief, 14 november 1918, is saillant: het is slechts drie dagen na de wapenstilstand die een einde maakte aan de gevechten van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal bleef, was de economische impact enorm. Er heersten grote tekorten aan voedsel en brandstof, wat leidde tot de invoering van distributiesystemen en centrale keukens.
Het houden van varkens door een gemeentelijke reinigingsdienst was een pragmatische oplossing voor twee problemen: het verwerken van organisch stadsafval en het produceren van vlees voor de lokale bevolking. Enschede, als textielstad met een grote arbeidersbevolking, werd hard getroffen door de schaarste. Dit document illustreert hoe lokale overheden creatieve en ondernemende manieren zochten om de voedselvoorziening te ondersteunen door afvalstromen direct te koppelen aan voedselproductie. K.G. Centrale Keuken Marktwezen