Archief 745
Inventaris 745-361
Pagina 141
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbericht / Rapport van een controleur.

23 april 1941 (met administratieve afhandeling op 24 en 25 april 1941). Dossier: 53, 53/19/1

Origineel

Ambtsbericht / Rapport van een controleur. 23 april 1941 (met administratieve afhandeling op 24 en 25 april 1941). Nº 53 / 19 / 1 M. 1941 24/4

R A P P O R T

D. van der Hoek, wonende Wilhelminastraat 26 alhier, heeft als personeel van zijn broer kooper J.J.Th van der Hoek, toegang tot de Centrale Markt, doch is sedert Augustus 1940 in het bezit van een erkenning als kleinhandelaar in aardappelen onder No 7985. Bij onderzoek is het volgende gebleken. Beide broers zijn nog inwonende bij hun moeder de Wed: M. van der Hoek-Pothof, voor wie D. van der Hoek de groentenzaak beheerd op bovengenoemd adres, terwijl kooper van der Hoek voor eigen rekening een wijk heeft in het stadsdeel West, en zelf in het bezit is van een kleinhandels-erkenning. D. van der Hoek is dus in werkelijkheid geen personeel bij zijn broer maar van zijn moeder, die echter nooit de markt bezoekt. Derhalve zal D. van der Hoek zelf een kooperskaart moeten hebben.

Den Heer Bedrijfchef
v/h Marktwezen.

Amsterdam 23 April 1941
Controleur,
[Handtekening: D. Velthuis]

[Handgeschreven toevoeging onderaan:]
namens f 8.- 24/4 - 1941 ontvangen Kontanten 154.
[Paraaf]
opb [onleesbaar] 25/4/41 Dit rapport beschrijft een controle op de rechtmatigheid van markttoegang op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezettingstijd.

  • De casus: D. van der Hoek maakte gebruik van de markttoegang van zijn broer (J.J.Th. van der Hoek) door zich voor te doen als diens personeelslid.
  • De bevinding: Uit onderzoek blijkt dat de broers weliswaar samenwonen, maar zakelijk gescheiden opereren. De broer heeft een eigen wijk in Amsterdam-West, terwijl D. van der Hoek in werkelijkheid de groentenzaak van zijn moeder beheert.
  • Conclusie: Omdat hij feitelijk voor zijn moeder werkt (die zelf de markt niet bezoekt) en hij bovendien al sinds 1940 een eigen erkenning als aardappelhandelaar heeft, is zijn status als 'personeel' van zijn broer onjuist. Hij wordt verplicht een eigen 'kooperskaart' aan te schaffen.
  • Financiële afwikkeling: Onderaan is te zien dat er op 24 april 1941 een bedrag van 8 gulden is voldaan (waarschijnlijk de kosten voor de kaart of een administratieve sanctie). Dit document stamt uit april 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de controle op de voedselvoorziening en handel in Nederland sterk aanscherpte. De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de distributie van schaarse goederen.

Om de handel te reguleren en 'zwarte handel' tegen te gaan, moesten handelaren over de juiste papieren en erkenningen beschikken. Het Marktwezen controleerde streng of personen die zich op het marktterrein begaven wel de juiste hoedanigheid hadden (bijv. als zelfstandig koopman of als geregistreerd personeel). Dit rapport is een voorbeeld van de bureaucratische controle op de naleving van deze handelsregels. Tevens illustreert het hoe familiebedrijven in die tijd probeerden onder de administratieve lasten of beperkingen uit te komen door personeelsleden 'uit te lenen' op papier. D. van der Hoek J.J.Th. van der Hoek (broer) Wed. M. van der Hoek-Pothof (moeder). Marktwezen

Samenvatting

Dit rapport beschrijft een controle op de rechtmatigheid van markttoegang op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezettingstijd.

  • De casus: D. van der Hoek maakte gebruik van de markttoegang van zijn broer (J.J.Th. van der Hoek) door zich voor te doen als diens personeelslid.
  • De bevinding: Uit onderzoek blijkt dat de broers weliswaar samenwonen, maar zakelijk gescheiden opereren. De broer heeft een eigen wijk in Amsterdam-West, terwijl D. van der Hoek in werkelijkheid de groentenzaak van zijn moeder beheert.
  • Conclusie: Omdat hij feitelijk voor zijn moeder werkt (die zelf de markt niet bezoekt) en hij bovendien al sinds 1940 een eigen erkenning als aardappelhandelaar heeft, is zijn status als 'personeel' van zijn broer onjuist. Hij wordt verplicht een eigen 'kooperskaart' aan te schaffen.
  • Financiële afwikkeling: Onderaan is te zien dat er op 24 april 1941 een bedrag van 8 gulden is voldaan (waarschijnlijk de kosten voor de kaart of een administratieve sanctie).

Historische Context

Dit document stamt uit april 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de controle op de voedselvoorziening en handel in Nederland sterk aanscherpte. De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de distributie van schaarse goederen.

Om de handel te reguleren en 'zwarte handel' tegen te gaan, moesten handelaren over de juiste papieren en erkenningen beschikken. Het Marktwezen controleerde streng of personen die zich op het marktterrein begaven wel de juiste hoedanigheid hadden (bijv. als zelfstandig koopman of als geregistreerd personeel). Dit rapport is een voorbeeld van de bureaucratische controle op de naleving van deze handelsregels. Tevens illustreert het hoe familiebedrijven in die tijd probeerden onder de administratieve lasten of beperkingen uit te komen door personeelsleden 'uit te lenen' op papier.

Genoemde Personen 3

D. van der Hoek J.J.Th. van der Hoek (broer) Wed. M. van der Hoek-Pothof (moeder).

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Textiel & Kleding: Hoed Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 100