Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven aantekeningen. 25 augustus 1941. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer L. Bolle, 2e Boerhaavestraat 73, Amsterdam-Oost. (Handgeschreven rechtsboven:)
In. k. Muller ter
In. k. Maan Kennisneming
(Handgeschreven linksboven, diagonaal:)
Verzonden 25/8-'41.
(Getypt:)
VD/HG.
den Heer L. Bolle,
2e Boerhaavestraat 73,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
53/38/4 M. 25 Augustus 1941.
Hierbij deel ik U mede, dat de Regeeringscommissaris voor Amsterdam heeft besloten U restitutie van entrée-geld voor de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1941 te verleenen tot een bedrag van f 7,-. Dit bedrag heb ik in mindering doen brengen van Uw schuld aan plaatsgeld der Centrale Markt, zoodat deze schuld thans nog bedraagt: f 78,36 - f 7,- = f 71,36.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling van de directie van de Centrale Markt in Amsterdam aan een marktkoopman, de heer L. Bolle. De kern van de boodschap is een financiële verrekening: een restitutie van 7 gulden op het entreegeld wordt niet uitbetaald, maar direct ingehouden op een openstaande schuld van 78,36 gulden aan 'plaatsgeld' (de huur voor een standplaats). Na deze verrekening blijft een schuld van 71,36 gulden over.
De brief bevat diverse administratieve kenmerken:
* Handgeschreven annotaties: Bovenin staan instructies voor interne afhandeling ("ter kennisneming"). Links staat de verzendbevestiging.
* Terminologie: De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch specifiek. In maart 1941 stelden de Duitse bezetters Edward Voûte aan als regeringscommissaris, die de taken van de burgemeester en de gemeenteraad overnam. Dit document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, L. Bolle, woonde in de 2e Boerhaavestraat 73. Deze straat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die tijdens de oorlog een hoog percentage Joodse bewoners kende en door de bezetter werd aangemerkt als onderdeel van 'Judenviertel II'.
Gezien de naam Bolle en het adres is het zeer aannemelijk dat de geadresseerde een Joodse marktkoopman was. In 1941 werden de maatregelen tegen Joodse ondernemers en marktkooplui steeds restrictiever (zoals de beperking tot specifieke markten). De financiële details in de brief suggereren een moeizame bedrijfsvoering, waarbij schulden aan de marktinstanties werden opgebouwd. Het document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie onder toezicht van de bezetter de financiële administratie van marktkooplieden nauwgezet bleef bijhouden en verrekenen. L. Bolle