Handgeschreven brief / Verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven brief / Verzoekschrift. 15 juli 1941. J. H. Vrancken, J.P. Heijestraat 98 II, Amsterdam-West. [Linksboven in paarse inkt en potlood:]
№ 53 / 39 / M. 1941 16/7
[Rechtsboven:]
m. H. Brouwer
Amsterdam 15-7-'41
Wel. Ed. Heer. Brouwer
Onderget: verzoekt u beleefd hem een kaart
te willen verschaffen tot toegang tot
de veiling.
Onderget: is gehuwd, en is door zijn dienst-
plicht zonder werk gekomen.
Thans wou onderget: aardappelen rijden naar
de groenten zaken, en zoo doende trachtte
zijn brood te verdienen.
Daar ik geen steun of ander inkom-
sten heb, hoop ik dat u Ed gunstig
over mijn sollicitatie beslist.
Hoogachtend
J. H. Vrancken
J. P. Heijestraat 98 II
Amsterdam
West.
[Rechtsonder in potlood:] 53 * Doel van de brief: De schrijver, J.H. Vrancken, verzoekt om een toegangskaart voor "de veiling". Hij wil als zelfstandig transporteur aardappelen gaan leveren aan groentewinkels ("aardappelen rijden").
* Persoonlijke omstandigheden: Vrancken voert aan dat hij gehuwd is en werkloos is geraakt als gevolg van zijn dienstplicht. Dit duidt erop dat hij waarschijnlijk gemobiliseerd was tijdens de Duitse inval in 1940 en na de demobilisatie geen aansluiting meer vond op de arbeidsmarkt.
* Financiële nood: De schrijver benadrukt dat hij geen recht heeft op "steun" (sociale uitkering) of andere inkomsten, wat de urgentie van zijn verzoek onderstreept. Hij ziet het handelen in of vervoeren van aardappelen als een manier om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien.
* Schrijfstijl: De brief is formeel en beleefd, gebruikmakend van de derde persoon ("Ondergetekende") zoals destijds gebruikelijk in verzoekschriften aan autoriteiten. De brief is geschreven in juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie steeds strenger gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse distributiediensten. Voor toegang tot handelsplaatsen zoals groenteveilingen waren officiële vergunningen of kaarten nodig.
De Jan Pieter Heijestraat in Amsterdam-West, waar de afzender woonde, was in die tijd een levendige volksbuurt. De verwijzing naar de "dienstplicht" is historisch relevant: veel Nederlandse mannen die in 1939-1940 dienden, keerden na de capitulatie terug in een ontwrichte maatschappij waar banen schaars waren, zeker als hun eerdere werkgever de oorlog niet had overleefd of de functie was komen te vervallen. De brief illustreert de individuele overlevingsdrang en de bureaucratische hindernissen voor kleine ondernemers in oorlogstijd. H. Brouwer H. Vrancken J.H. Vrancken J.P. Heijestraat P. Heijestraat