Archief 745
Inventaris 745-361
Pagina 391
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

29 oktober 1941. Van: J.H. Rijper, Pieter Vlamingstraat 30-II, Amsterdam (Oost). Aan: L.S. (Lectori Salutem / Aan de lezer), waarschijnlijk gericht aan de marktmeester of een gemeentelijke instantie.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 oktober 1941. J.H. Rijper, Pieter Vlamingstraat 30-II, Amsterdam (Oost). L.S. (Lectori Salutem / Aan de lezer), waarschijnlijk gericht aan de marktmeester of een gemeentelijke instantie. No 53/86/1 M. 1941 31/10
Amsterdam 29 Oct.

L.S. (m.th. Broerse)

Mijnheer ik wou een paar woorden tot u schrijven, in de hoop dat u een oplossing voor mij kunt vinden. Ik ben zonder werk gekomen, en tracht nu al een paar maanden om voor de poort een paar centen te verdienen. Het word me helaas vaak onmogelijk gemaakt door de politie, om voor de poort te blijven staan en te trachten een vrachtje te krijgen. Maar ten slotte heb ik toch een vast vrachtje kunnen bemachtigen, waar ik zeer dankbaar voor ben, maar dat met het terug brengen van de leege kar, op het parkeerterrein, vaak moeilijkheden oplevert, door dat ik geen kaart heb.
Ik zou daarom zeer gaarne in aanmerking willen komen voor een marktkaart, als het mogelijk is.
De groentenman voor wie ik het vrachtje doe is J. Flippo. Curacaostraat 95 (west).
Hopend op een gunstige uitslag mijnerzijds verblijf ik
Hoogachtend J.H. Rijper
Pieter Vlamingstraat 30 II
Amsterdam (Oost) In deze brief verzoekt J.H. Rijper om een officiële 'marktkaart'. De brief schetst een beeld van de precaire economische situatie van de afzender: hij is werkloos en probeert als losse arbeider ('sjouwer') wat bij te verdienen bij de 'poort'. Met de poort wordt zeer waarschijnlijk de toegang tot de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam bedoeld.

De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Handhaving: De politie verwijdert hem regelmatig omdat hij zonder vergunning (kaart) bij de ingang staat te wachten op werk.
2. Vaste opdrachtgever: Hij heeft inmiddels een vaste klant gevonden, de groenteboer J. Flippo uit de Curaçaostraat.
3. Logistiek probleem: Hoewel hij werk heeft, mag hij de lege kar na afloop niet op het officiële parkeerterrein stallen of terugbrengen omdat hij niet over de juiste papieren beschikt.

De toon van de brief is beleefd en bescheiden, typerend voor een verzoekschrift van een burger aan een autoriteit in die tijd. De brief is geschreven in oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief niet direct over de oorlog gaat, weerspiegelt het de dagelijkse overlevingsstrijd van de Amsterdamse arbeidersklasse in deze periode. Werkloosheid was een groot probleem, en de controle op economische activiteiten werd door de bezetter en de lokale politie strenger gehandhaafd.

De Pieter Vlamingstraat ligt in de Dapperbuurt (Oost), een typische volksbuurt. Dat de afzender voor een groenteman in West (Curaçaostraat) werkt, betekent dat hij met een handkar aanzienlijke afstanden door de stad aflegde. De 'marktkaart' waar hij om vraagt, was essentieel om legaal toegang te krijgen tot het terrein van de Centrale Markt, die destijds het kloppende hart van de voedseldistributie in Amsterdam was. De potloodnotitie "m.th. Broerse" verwijst vermoedelijk naar de ambtenaar die de aanvraag in behandeling nam. J. Flippo J.H. Rijper Politie

Samenvatting

In deze brief verzoekt J.H. Rijper om een officiële 'marktkaart'. De brief schetst een beeld van de precaire economische situatie van de afzender: hij is werkloos en probeert als losse arbeider ('sjouwer') wat bij te verdienen bij de 'poort'. Met de poort wordt zeer waarschijnlijk de toegang tot de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam bedoeld.

De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Handhaving: De politie verwijdert hem regelmatig omdat hij zonder vergunning (kaart) bij de ingang staat te wachten op werk.
2. Vaste opdrachtgever: Hij heeft inmiddels een vaste klant gevonden, de groenteboer J. Flippo uit de Curaçaostraat.
3. Logistiek probleem: Hoewel hij werk heeft, mag hij de lege kar na afloop niet op het officiële parkeerterrein stallen of terugbrengen omdat hij niet over de juiste papieren beschikt.

De toon van de brief is beleefd en bescheiden, typerend voor een verzoekschrift van een burger aan een autoriteit in die tijd.

Historische Context

De brief is geschreven in oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief niet direct over de oorlog gaat, weerspiegelt het de dagelijkse overlevingsstrijd van de Amsterdamse arbeidersklasse in deze periode. Werkloosheid was een groot probleem, en de controle op economische activiteiten werd door de bezetter en de lokale politie strenger gehandhaafd.

De Pieter Vlamingstraat ligt in de Dapperbuurt (Oost), een typische volksbuurt. Dat de afzender voor een groenteman in West (Curaçaostraat) werkt, betekent dat hij met een handkar aanzienlijke afstanden door de stad aflegde. De 'marktkaart' waar hij om vraagt, was essentieel om legaal toegang te krijgen tot het terrein van de Centrale Markt, die destijds het kloppende hart van de voedseldistributie in Amsterdam was. De potloodnotitie "m.th. Broerse" verwijst vermoedelijk naar de ambtenaar die de aanvraag in behandeling nam.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Politie

Kooplieden in dit dossier 100