Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 47
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief / Formele aanmaning.

12 april 1939.

Origineel

Officiële brief / Formele aanmaning. 12 april 1939. [Handgeschreven bovenaan: Verzonden 12/4 of n/y]

MARKTWEZEN AMSTERDAM
G. [rechtsboven]

TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 22/8/1 M
BIJLAGE ____________
ONDERWERP: _________

AMSTERDAM (W.) 12 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN
den Heer B.J. Mozes,
Marnixstraat 185 I,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 9.

Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Bloemenmarkt te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór 22 April a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 24 April a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.

De Directeur,

[Onderaan de pagina drukkersinfo:]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een laatste waarschuwing (sommatie) van de Amsterdamse dienst Marktwezen aan een marktkoopman. De heer B.J. Mozes heeft een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor zijn standplaats op de Bloemenmarkt. De toon van de brief is streng en bureaucratisch: de directeur stelt een harde deadline (22 april) en dreigt met het definitief intrekken van de vergunning per 24 april op basis van het vigerende marktreglement. Opvallend is de vermelding van verzachtende omstandigheden (zoals het ontvangen van 'steun' of ziekenhuisopname), wat aangeeft dat de dienst rekening hield met de sociale zekerheidssituatie van die tijd, mits men dit proactief meldde. Het document stamt uit april 1939, een roerige periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De geadresseerde, B.J. Mozes (waarschijnlijk Barend Jozef Mozes, een Joodse bloemenkoopman die destijds inderdaad op dit adres in de Marnixstraat woonde), behoorde tot de grote groep Joodse handelaren die een essentieel onderdeel vormden van de Amsterdamse markten. De brief illustreert de precaire economische situatie van kleine zelfstandigen aan het einde van de jaren '30; de verwijzing naar "steun geniet" (bijstandsverlening) verwijst direct naar de armoede die volgde op de economische crisis. Voor veel van deze kooplieden zou hun situatie na de Duitse inval in mei 1940, door de toenemende anti-Joodse maatregelen en het uiteindelijke verbod op handel, nog drastischer verslechteren.

Samenvatting

Deze brief is een laatste waarschuwing (sommatie) van de Amsterdamse dienst Marktwezen aan een marktkoopman. De heer B.J. Mozes heeft een betalingsachterstand van meer dan drie weken voor zijn standplaats op de Bloemenmarkt. De toon van de brief is streng en bureaucratisch: de directeur stelt een harde deadline (22 april) en dreigt met het definitief intrekken van de vergunning per 24 april op basis van het vigerende marktreglement. Opvallend is de vermelding van verzachtende omstandigheden (zoals het ontvangen van 'steun' of ziekenhuisopname), wat aangeeft dat de dienst rekening hield met de sociale zekerheidssituatie van die tijd, mits men dit proactief meldde.

Historische Context

Het document stamt uit april 1939, een roerige periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De geadresseerde, B.J. Mozes (waarschijnlijk Barend Jozef Mozes, een Joodse bloemenkoopman die destijds inderdaad op dit adres in de Marnixstraat woonde), behoorde tot de grote groep Joodse handelaren die een essentieel onderdeel vormden van de Amsterdamse markten. De brief illustreert de precaire economische situatie van kleine zelfstandigen aan het einde van de jaren '30; de verwijzing naar "steun geniet" (bijstandsverlening) verwijst direct naar de armoede die volgde op de economische crisis. Voor veel van deze kooplieden zou hun situatie na de Duitse inval in mei 1940, door de toenemende anti-Joodse maatregelen en het uiteindelijke verbod op handel, nog drastischer verslechteren.

Gerelateerde Documenten 6