Administratief advies/correspondentie betreffende marktwezen.
Origineel
Administratief advies/correspondentie betreffende marktwezen. Mei 1941 (verschillende stempels/notaties: 26/5, 31/5). [Linksboven in potlood:]
ontheffing
huurcontract
G. Hoogland
Centrale Markt.
[Rechtsboven:]
W.L.M.
64/9/3 TL
26/5 1941
31/5/1941
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met uw kantbrief dd. 14 dezer om advies ontvangen stuk No 59/2 L.M. 1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.
G. Hoogland is huurder van pakhuis E 4 op de Centrale Markt voor de periode van 1 Januari tot en met 31 December 1941 tegen een huurprijs van f 500,- per jaar.
J. Burger is huurder van pakhuis D 4 op de C.M. voor de periode van 1 Juli 1940 tot en met 30 Juni 1941 tegen een huurprijs van f 600,- per jaar.
Daar Hoogland en Burger binnen dezer dagen een firma onder vennootschap hebben gesloten en alsdan voortaan hun zaken in één pakhuis kunnen doen, [acht ik het billijk, dat het onderhavige verzoek wordt ingewilligd.] De motieven, door adressant aangevoerd om het contract voor pakhuis E 4 te ontbinden en niet dat voor pakhuis D 4, kan ik onderschrijven.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging te willen bevorderen dat de met adressant G. Hoogland gesloten huurovereenkomst voor pakhuis E 4 op de C.M. per 1 juli a.s. door den Regeringscommissaris van Amsterdam worde ontbonden.
Zal dan met de Firma Hoogland & Burger een contract voor pakhuis D 4 op de C.M. worden afgesloten.
[Kantlijn links in rood potlood/inkt:]
NB.
Steenbakkers maakt hiertegen ernstig bezwaar wijst erop dat gemeente vaststelt, dat de financieele omstandigheden Hoogland dit noodzakelijk maken en verzoeken per 1 juli a.s. van de verplichtingen voortvloeiende uit het huurcontract van pakhuis E 4 te worden ontheven. Het document is een ambtelijk advies over een verzoek tot contractontbinding. Twee handelaren op de Centrale Markt in Amsterdam, G. Hoogland en J. Burger, hebben besloten hun krachten te bundelen in een vennootschap (firma). Omdat zij hun bedrijfsactiviteiten voortaan vanuit één pakhuis (D 4) willen voortzetten, verzoekt Hoogland om ontheffing van zijn huurcontract voor pakhuis E 4.
De opsteller van de brief adviseert positief over dit verzoek. Hij vindt het "billijk" (redelijk) en ondersteunt de keuze om pakhuis E 4 op te zeggen in plaats van D 4. De rode kanttekening lijkt een kritische noot of een samenvatting van een bezwaar (mogelijk van een andere functionaris genaamd Steenbakkers), waarbij de nadruk wordt gelegd op de financiële noodzaak van deze wijziging voor Hoogland. Het document dateert uit mei 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit is zichtbaar in de terminologie: er wordt verwezen naar de "Regeringscommissaris van Amsterdam". Dit was de titel van de functionaris die door de bezetter was aangesteld om de bevoegdheden van de gemeenteraad en het college van B&W over te nemen.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was en is de centrale plek voor de groothandel in levensmiddelen in Amsterdam. In oorlogstijd was een efficiënte bedrijfsvoering cruciaal vanwege de schaarste en de distributie van goederen. Het samengaan van twee kleine handelaren in één pakhuis was waarschijnlijk een direct gevolg van de economische druk tijdens de bezettingsjaren. G. Hoogland J. Burger Marktwezen