Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie) met handgeschreven kanttekeningen. 4 Augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). Handgeschreven notitie bovenin:
Verzonden 4/8
In [onleesbaar]
M. Müller [?]
Hoofdtekst:
den Heer W.de Groot,
Retiefstraat 71,
Amsterdam-Oost.
Wyk 20.
66/14/5 M 4 Augustus 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Mei jl. deel ik U mede, dat de Regeeringscommissaris voor Amsterdam heeft besloten U kwytschelding van marktgeld voor Uw plaats op de Centrale Markt te verleenen tot een bedrag van ƒ 250,- over het kalenderjaar 1941. Het plaatsgeld bedraagt ƒ 500,- per jaar, zoodat een bedrag overblyft van ƒ 250,-. Hiervan is door U reeds betaald ƒ 208,35, zoodat U aan myn dienst nog verschuldigd is een bedrag ad ƒ 41,65.
Laatstgenoemd bedrag dient U ten spoedigste te voldoen ten hoofdkantore van myn dienst, Jan van Galenstraat 14. Aan U zal weer toegang tot de Centrale Markt worden verleend, indien dit bedrag door U is aangezuiverd.
De Directeur, Deze brief is een officiële mededeling aan een marktkoopman, de heer W. de Groot, betreffende een openstaande schuld voor marktgeld (staangeld). Uit de tekst blijkt dat De Groot een verzoek tot kwijtschelding had ingediend, dat gedeeltelijk is gehonoreerd door de Regeringscommissaris van Amsterdam. Van het jaarlijkse bedrag van 500 gulden is de helft (250 gulden) kwijtgescholden. Omdat hij reeds een deel had betaald, bleef er een restschuld over van 41,65 gulden.
De toon van de brief is formeel en dwingend: de toegang tot de Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) is hem ontzegd zolang de schuld niet is voldaan. Het document dateert uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" was de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte, die in deze periode de functie van burgemeester en commissaris vervulde.
De locatie van de geadresseerde, de Retiefstraat in Amsterdam-Oost (Transvaalbuurt), is historisch significant. Dit was een buurt met een zeer grote Joodse populatie. Veel marktkooplieden in Amsterdam waren Joods. In 1941 namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter snel toe, waaronder beperkingen op werk en handel. Hoewel de brief zelf niet expliciet vermeldt of De Groot Joods is, past de context van financiële problemen en de noodzaak tot kwijtschelding in het beeld van de economische verstikking van Joodse Amsterdammers in die tijd. De weigering van toegang tot de markt was een zwaar middel dat iemands broodwinning direct trof. W. de Groot Marktwezen