Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
Origineel
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven). 6 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke instantie zoals de Dienst der Marktwezen). Den Heer J. Davidson, 2e Oosterparkstraat 47 II, Amsterdam-Oost (Wijk 20). Extra
HG.
den Heer J. Davidson,
2e Oosterparkstraat 47 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
72/34/2 M. 6 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 dezer bericht ik U,
dat zoolang U van de U verleende ventvergunning geen gebruik kan ma-
ken, deze ook niet behoeft te worden verlengd.
Zoodra U echter het beroep van venter weder kunt op-
nemen, dient U zich te mijnen kantore te vervoegen om de verlenging
in de in Uw bezit zijnde ventvergunning te doen aanteekenen.
De Directeur, Deze korte zakelijke brief handelt over de administratieve afhandeling van een ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen). De geadresseerde, de heer J. Davidson, heeft blijkbaar aangegeven dat hij momenteel geen gebruik kan maken van zijn vergunning. De directeur van de betreffende instantie laat weten dat verlenging op dit moment niet nodig is, maar dat Davidson zich moet melden zodra hij zijn beroep weer wil oppakken om de verlenging officieel in zijn documenten te laten bijschrijven. Het taalgebruik is formeel en typerend voor de Nederlandse ambtenarij uit die periode ("d.d. 2 dezer", "te mijnen kantore te vervoegen"). De datum van de brief, 6 juni 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam van de geadresseerde (Davidson) en zijn woonadres in de 2e Oosterparkstraat (een buurt in Amsterdam-Oost met in die tijd veel Joodse inwoners) suggereren dat het hier om een Joodse Amsterdammer gaat.
In deze periode werden door de bezetter steeds meer beperkende maatregelen opgelegd aan Joodse burgers. Vanaf begin 1941 werden Joden stelselmatig uit het economische leven geweerd. Het feit dat de heer Davidson zijn beroep als venter niet kan uitoefenen, zou direct verband kunnen houden met deze anti-Joodse maatregelen of het intrekken van werkvergunningen voor Joden. Wat een routineuze administratieve brief lijkt, krijgt tegen deze historische achtergrond een veel wrangere betekenis: het documenteert de bureaucratische afhandeling van het verlies van levensonderhoud van een Joodse burger onder het nazi-regime. Dit document is waarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Dienst der Marktwezen van de gemeente Amsterdam. J. Davidson Gemeente Amsterdam Marktwezen