Handgeschreven brief met administratieve stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve stempels. 2 juni 1941. J. Davidson, 2e Oosterparkstraat 47 II, Amsterdam. № 72/34/1 M. 1941 4/6 [stempels] 1941.
A’dam 2 Juni
Weled: Heer Dreesen.
Bij dezen bericht ik u, dat ik
onlangs van U kantoor bericht
kreeg, mijn ventvergunning te
betalen. Nu wil ik u vriende-
lijk verzoeken, mij daar onthef-
fing van te verleenen, daar
ik momenteel werkzaam ben
bij de Werkverruiming. Ik hoop
dat U aan mijn schrijven wilt
voldoen, waarvoor ik u bijvoor-
baat vriendelijk dank zeg.
Hoogachtend:
J. Davidson
2e Oosterparkstraat
47 II
Alhier (O).
72 [rechtsonder] In deze brief verzoekt J. Davidson om vrijstelling van de betalingsverplichting voor een ventvergunning. Een ventvergunning was noodzakelijk om goederen op de openbare weg te mogen verkopen. De schrijver voert als reden aan dat hij op dat moment werkzaam is in de 'Werkverruiming'. De toon van de brief is uiterst beleefd en volgt de formele conventies van die tijd. Het handschrift is een goed leesbaar, horizontaal georiënteerd lopend schrift. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term 'Werkverruiming' verwijst naar de werkverschaffingsprojecten voor werklozen. Mensen die hierin tewerkgesteld werden, leefden vaak op het sociaal minimum, wat de aanvraag voor ontheffing van leges verklaart.
De naam 'Davidson' en de locatie in de Oosterparkbuurt (2e Oosterparkstraat) zijn historisch relevant; dit was een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. Gezien de datum is het zeer waarschijnlijk dat dit verzoekschrift te maken heeft met de toenemende economische beperkingen die de bezetter oplegde aan de Joodse bevolking, waarbij het verkrijgen of behouden van een ventvergunning een van de weinige resterende manieren was om in levensonderhoud te voorzien. De brief biedt daarmee een inkijkje in de bureaucratische interactie tussen burgers en de lokale overheid tijdens de bezettingsjaren. J. Davidson
Samenvatting
In deze brief verzoekt J. Davidson om vrijstelling van de betalingsverplichting voor een ventvergunning. Een ventvergunning was noodzakelijk om goederen op de openbare weg te mogen verkopen. De schrijver voert als reden aan dat hij op dat moment werkzaam is in de 'Werkverruiming'. De toon van de brief is uiterst beleefd en volgt de formele conventies van die tijd. Het handschrift is een goed leesbaar, horizontaal georiënteerd lopend schrift.
Bron-evidence
2
2e Oosterparkstraat 47 II
Weled: Heer Dreesen
Historische Context
Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term 'Werkverruiming' verwijst naar de werkverschaffingsprojecten voor werklozen. Mensen die hierin tewerkgesteld werden, leefden vaak op het sociaal minimum, wat de aanvraag voor ontheffing van leges verklaart.
De naam 'Davidson' en de locatie in de Oosterparkbuurt (2e Oosterparkstraat) zijn historisch relevant; dit was een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. Gezien de datum is het zeer waarschijnlijk dat dit verzoekschrift te maken heeft met de toenemende economische beperkingen die de bezetter oplegde aan de Joodse bevolking, waarbij het verkrijgen of behouden van een ventvergunning een van de weinige resterende manieren was om in levensonderhoud te voorzien. De brief biedt daarmee een inkijkje in de bureaucratische interactie tussen burgers en de lokale overheid tijdens de bezettingsjaren.