Handgeschreven brief (klaagschrift/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klaagschrift/verzoekschrift). (Pagina 1, linker kolom)
niet voor niets en nog eens
wat maar om vraage ze steeds
aan mijn is u man aan de
Gemeente als dat niet zoo was
had ik al lang om steun gekome
wat want tel de handel van
mijn als hij verdienst dat ik
altijd heb gedaan en is mijn huishou
op gebaseert. er word wel na mijn
gekeke maar van hoogerehand
zitte vrouw en man aan de
gemeente en zulle meer verdiene
als ik . ik ben maar een klein koop v[rou]w
en koop de lamme aal op tegen
71 - 67 cet. en ver koop ze door elkaar
voor 52 - 65 - 70 - 80 en op het
waterplein waar ik haast altijd
sta goed kooper dat moet op een
markt dus gooi dat door elkaar
als ik maar wat verdien Meheer als
een zekere Buis ook een vischv[enter]
groot ook oog op mijn heb kan ik
niet helpen die is te stom dat
hij loopt maar valt wel over
(Pagina 2, rechter kolom)
mijn man die aan de Gemeente
is maar hij heb al 60 gulden inkomen
buiten hem dus hoeft op mijn niet
hoog neer te zien en steeds te
hoore is u man aan de Gmeente
die heeft met mijn vergunnig
niet uit te staan maar als
ze een hond willen slaan is er altijd
een stok te vinden Meheer als ze
nou zoeke willen vente op het
oageblik een hoop visch venters
met aardebijze en groente dus
laate ze daar nou eens na kijke
en niet na mijn want sta in me
vollof regt heb visch vergunnig
en heb visch
Meheer ik hoop
door tusschenkomst
van u verschoont te blijve
van last
u Hoog Agtende
Mejuffr Schipper de Jong
Palmstraat N 30
alhier * Taal en Spelling: De schrijfster hanteert een fonetisch en volks Nederlands, kenmerkend voor de lagere sociale klassen uit die tijd. Opvallend zijn de weglatingen van de 'n' aan het einde van werkwoorden (gekome, verdiene, kijke, blijve) en archaïsche spellingen zoals aardebijze (aardbeien) en oageblik (oogenblik). De aanspreektitel "Meheer" (Mijnheer) wordt herhaaldelijk gebruikt.
* Inhoudelijke kern: Mevrouw Schipper de Jong beklaagt zich over het feit dat zij telkens wordt aangesproken op de baan van haar man bij de 'Gemeente'. Men suggereert blijkbaar dat zij geen recht heeft op haar handel of steun omdat haar man een inkomen heeft (60 gulden). Zij voert aan dat haar eigen vishandel (de verkoop van "lamme aal" op het Waterplein) een zelfstandige activiteit is waarvoor zij een geldige vergunning heeft ("vollof regt").
* Concurrentie en onrecht: Zij wijst op de hypocrisie van de controleurs: terwijl zij wordt lastiggevallen, zijn er vele andere "visch venters" die illegaal vis combineren met de verkoop van aardbeien en groenten. Zij gebruikt het spreekwoord "als men een hond wil slaan, vindt men altijd wel een stok" om aan te geven dat zij zich onterecht geviseerd voelt. Dit document biedt een inkijkje in de overlevingsstrategieën van de Amsterdamse arbeidersklasse (de Palmstraat duidt op de Jordaan). De "lamme aal" die zij noemt, was een goedkopere soort paling, vaak de vissen die niet meer helemaal levendig waren en daarom voor een lagere prijs aan het gewone volk werden verkocht. Het "Waterplein" verwijst zeer waarschijnlijk naar de Waterloopleinmarkt. De brief illustreert de spanning tussen de informele straathandel en de opkomende gemeentelijke regelgeving en sociale controle in de stad. Tevens toont het de economische zelfstandigheid van vrouwen in de ambulante handel, die hun eigen "vischvergunnig" fel verdedigden tegenover de bureaucratie.