Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 145
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven conceptbrief/nota (klad met correcties).

21 maart 1939.

Origineel

Handgeschreven conceptbrief/nota (klad met correcties). 21 maart 1939. [Koptekst links:]
Concept
MNR.
Uitgifte vaste plaatsen
op weekmarkten Amstelveld
en Noordermarkt.

[Aantekeningen bovenin:]
5 doorgel.
[Rood stempel: 24 | 9 | 2] 21/3/39 [Paraaf]
A’dam, 21 Maart 1939.
W.C. 4.

[Hoofdtekst:]
Dat ~~tot nu toe~~ op de weekmarkten Amstelveld en Noordermarkt geen vaste plaatsen uitgegeven, zij het, dat verscheidene kooplieden ~~reeds~~, die deze markten regelmatig bezoeken, aldaar ~~steeds dezelfde~~ ~~vaste~~ plaats bezetten, welke dus ~~als~~ soort niet-officieele vaste plaats ~~als een~~ ~~beschouwd~~ ~~kan worden~~. Het lijkt mij gewenscht dezen toestand thans te regelen en art. 5 van het Reglement, voorschrijvende, dat voor elke markt een sollicitantenlijst wordt aangelegd, waarop gegadigden ook op de beide bovengenoemde markten toe te passen.

Alvorens hiertoe over te gaan dienen allerlei punten ~~aanvankelijk~~ ~~te worden~~ te worden overwogen: n.l. de vraag, ~~is hoe~~ hoe de toewijzing der vaste plaatsen de eerste keer ~~geschiedt~~; de toewijzing van vaste plaatsen aan de kooplieden, die thans reeds regelmatig de bedoelde markten bezoeken; de vraag hoe te handelen, wanneer deze kooplieden ~~een~~ niet zijn van Nederlandsche nationaliteit; ~~de vraag of de~~ ~~voorrang~~

~~Ik behandelde~~ Ik zou deze aangelegenheid gaarne ~~behandelen~~ in de Commissie van Advies voor de Markten, weshalve ik U beleefd verzoek mij daartoe te willen machtigen.

21-3-’39 [paraaf]
[Handtekening/Paraaf: W.L.]

--- Dit document is een ambtelijk concept voor een beleidswijziging betreffende de Amsterdamse markten. De kern van het voorstel is om de informele situatie op het Amstelveld en de Noordermarkt te officialiseren.

De schrijver stelt vast dat er momenteel officieel geen vaste plaatsen worden uitgegeven, maar dat er in de praktijk een "niet-officiële" situatie is ontstaan waarbij kooplieden wekelijks dezelfde plek opeisen. Om dit te regulariseren, wil men artikel 5 van het Markreglement (de sollicitantenlijst) ook hier van kracht laten worden.

Opvallend zijn de twee specifieke vragen die de auteur stelt ter overweging:
1. Hoe de overgangsregeling moet verlopen voor de zittende kooplieden.
2. Hoe om te gaan met kooplieden die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten.

Het document eindigt met een verzoek om machtiging om dit voorstel voor te leggen aan de Commissie van Advies voor de Markten.

--- De datum van het document, 21 maart 1939, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich in de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De opmerking over de "Nederlandsche nationaliteit" moet gezien worden in het licht van de toenemende restricties voor buitenlanders en vluchtelingen (met name Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk) die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien via de handel op markten.

De Amsterdamse markten, zoals de Noordermarkt en het Amstelveld, waren van oudsher plekken waar informele afspraken tussen kooplieden golden. De professionalisering en bureaucratisering van het marktwezen in de jaren '30 leidde vaker tot dit soort nota's, waarbij de gemeente Amsterdam probeerde meer grip te krijgen op de openbare ruimte en belastingafdrachten (stagelden). De afkorting "MNR" verwijst waarschijnlijk naar de afdeling Marktwezen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept voor een beleidswijziging betreffende de Amsterdamse markten. De kern van het voorstel is om de informele situatie op het Amstelveld en de Noordermarkt te officialiseren.

De schrijver stelt vast dat er momenteel officieel geen vaste plaatsen worden uitgegeven, maar dat er in de praktijk een "niet-officiële" situatie is ontstaan waarbij kooplieden wekelijks dezelfde plek opeisen. Om dit te regulariseren, wil men artikel 5 van het Markreglement (de sollicitantenlijst) ook hier van kracht laten worden.

Opvallend zijn de twee specifieke vragen die de auteur stelt ter overweging:
1. Hoe de overgangsregeling moet verlopen voor de zittende kooplieden.
2. Hoe om te gaan met kooplieden die de Nederlandse nationaliteit niet bezitten.

Het document eindigt met een verzoek om machtiging om dit voorstel voor te leggen aan de Commissie van Advies voor de Markten.


Historische Context

De datum van het document, 21 maart 1939, is historisch zeer relevant. Nederland bevond zich in de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De opmerking over de "Nederlandsche nationaliteit" moet gezien worden in het licht van de toenemende restricties voor buitenlanders en vluchtelingen (met name Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk) die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien via de handel op markten.

De Amsterdamse markten, zoals de Noordermarkt en het Amstelveld, waren van oudsher plekken waar informele afspraken tussen kooplieden golden. De professionalisering en bureaucratisering van het marktwezen in de jaren '30 leidde vaker tot dit soort nota's, waarbij de gemeente Amsterdam probeerde meer grip te krijgen op de openbare ruimte en belastingafdrachten (stagelden). De afkorting "MNR" verwijst waarschijnlijk naar de afdeling Marktwezen.

Locaties

Amsterdam (A’dam).

Gerelateerde Documenten 6