Proces-verbaal (Politierapport)
Origineel
Proces-verbaal (Politierapport) 17 mei 1941 PRO JUSTITIA
Marktwezen No. 77/17/4 M
POLITIE TE AMSTERDAM
2e sectie 2e afdeeling.
No.
PROCES-VERBAAL.
Proces-verbaal contra:
Herman Pelser, oud 19 jaar, groentenknecht en wonende Borgerstraat 43 te Amsterdam-W, verdacht van diefstal van twee ledige kisten, gepleegd op Zaterdag 17 Mei 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, ten nadeele van: Ferdinand Jacobus Kaan, oud 50 jaar, groentenhandelaar en wonende Ruysdaelkade 101 te Amsterdam-Zuid.
Ik, ondergeteekende, Barend Felthuis, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende aan de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, verklaar het navolgende.
Op Zaterdag den 17en Mei 1941, des voormiddags omstreeks 8.20 uur bevond ik mij met toezicht belast op het terrein van de Centrale Markt, toen ik zag, dat een mij van aanzien bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Herman Pelser, geboren te Amsterdam, 13 Maart 1922, groentenknecht en wonende Borgerstraat 43 II alhier, zich op een verdachte wijze ophield bij een groentenkar, welke op den hoofdweg van de Centrale Markt ter hoogte van pier D geparkeerd stond en op welke handkar zich benevens een aantal kisten gevuld met groente ook eenige ledige kisten bevonden. Dat Pelser zich op verdachte wijze bij de besproken handkar ophield bleek mij uit het feit, dat hij eenige malen langs de handkar heen en weer liep, waarbij hij min of meer schichtig om zich heen keek. Op een gegeven moment zag ik, dat Pelser op de bedoelde handkar toetrad en er twee ledige kisten vanaf nam, waarmede hij zich verwijderde naar den aardappelkant van de Centrale Markt, waarheen ik hem volgde. Vervolgens zag ik, verbalisant, dat Pelser de besproken kisten inleverde bij een mij bekenden grossier, die aan genoemde van de Centrale Markt een verkoopplaats heeft, waarna hij zich weer begaf naar de plaats waar de hiervoor genoemde handkar nog geparkeerd stond. Inmiddels was bij deze handkar verschenen een mij van aanzien bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Ferdinand Jacobus Kaan, oud 50 jaar, groentenhandelaar en wonende Ruysdaelkade 101 III te Amsterdam en mij verklaarde de eigenaar van de handkar te zijn, waar Pelser de twee ledige kisten vanaf had genomen. Toen Kaan op mijn verzoek de lading van zijn handkar had gecontroleerd, verklaarde hij, dat er twee ledige kisten verdwenen waren, op grond van welke verklaring ik, verbalisant, Pelser heb aangehouden. Nadat ik Pelser aan Kaan had vertoond en hem had medegedeeld, hetgeen ik gezien had, deed Kaan mij aangifte en verklaarde als volgt: "Den persoon, die U mij vertoont en die mij onbekend is, heb ik geen toestemming gegeven om twee ledige kisten van mijn handkar weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Indien dit niet door U was opgemerkt, zou ik hierdoor zijn benadeeld voor een bedrag van f 2,-. Indien hiertoe termen aanwezig verzoek ik U tegen dezen persoon een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U".
(handtekening) B. Felthuis
(handtekening) F.J. Kaan
Hierna hoorde ik, verbalisant, Pelser, die mij omtrent de twee kisten het volgende verklaarde: "Van de handkar, welke U mij vertoont, (ik, verbalisant, vertoon aan Pelser de handkar van Kaan) heb ik zoo juist twee ledige kisten weggenomen en ingeleverd bij grossier Doornveld, die aan den aardappelkant van de Centrale Markt een standplaats heeft. Ik heb voor deze kisten twee gulden ontvangen. Ik had van niemand toestemming verkregen de twee kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Het geld, dat ik voor de kisten heb ontvangen wilde ik voor mijzelf behouden. Ik heb deze kisten weggenomen, omdat ze van mij eenigen tijd geleden ook een paar kisten hadden gestolen, welke ik voor iemand anders zou inleveren. Ik weet, dat ik mij thans aan een strafbaar feit heb schuldig gemaakt, doch kan U verklaren nog nimmer met de Justitie in aanraking te zijn geweest."
Vervolgens heb ik, verbalisant, mij met Kaan en Pelser naar den aardappelkant van de Centrale Markt begeven en aldaar gehoord den grossier bij wien Pelser de besproken kisten had ingeleverd. Bedoelde grossier, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: Hendrik Doornveld, oud 65 jaar, groothandelaar in groenten en wonende Nieuwe Keizersgracht 9 alhier, verklaarde mij desgevraagd als volgt. * Misdrijf: Diefstal van twee lege groentekisten (waarde f 2,-).
* Modus Operandi: De verdachte (Pelser) observeerde schichtig een onbeheerde handkar bij pier D, nam de kisten weg en verkocht deze direct door aan een grossier aan de andere kant van de markt.
* Motief: De verdachte voert een vorm van "eigenrichting" aan; hij claimt dat er eerder kisten van hem gestolen waren en wilde dit financieel compenseren.
* Juridische status: Pelser bekent schuld en erkent dat het een strafbaar feit is. De benadeelde (Kaan) verzoekt expliciet om strafrechtelijke vervolging.
* Opmerkelijke details: De waarde van de kisten (1 gulden per stuk) was in 1941 aanzienlijk genoeg voor een formeel proces-verbaal. De verdachte is een jonge man van 19 jaar zonder strafblad. Dit document stamt uit mei 1941, exact een jaar na de Duitse inval in Nederland. Hoewel het een alledaags vergrijp betreft (kistendiefstal op de markt), moet dit gezien worden tegen de achtergrond van de toenemende schaarste en distributieproblemen tijdens de bezetting. Grondstoffen en materialen zoals houten kisten werden waardevoller.
De "Centrale Markt" aan de Jan van Galenstraat (de huidige Food Center Amsterdam) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Toezicht werd gehouden door ambtenaren van het Marktwezen die tevens als onbezoldigd veldwachter bevoegd waren om op te treden bij kleine criminaliteit. De nauwkeurige verslaglegging toont de formele juridische afhandeling van kleine diefstallen in een tijd waarin de ordehandhaving onder druk stond. B. Felthuis F.J. Kaan Marktwezen (Ambtenaar) Marktwezen Politie