Archiefdocument
Origineel
17 december 1941. [Getypt:]
No 77/94/2 M. 1941 19/12
R A P P O R T
In aansluiting op het rapport van Controleur Hoek, betreffende de
diefstal van twee zakken aardappelen, gepleegd op 15 December 1941,
door overkruier J. van der Valk en kooper G.J. Oosterhof, kan ik U
het volgende melden.
De overkruier Klasen verklaarde mij, dat de twee zakken aardappelen
deel uitmaakten van een partij welke hij bij de A.C had geladen en
die voor drie koopers bestemd waren. De zakken waarin de aardappelen
zich bevonden waren zijn eigendom, zoodat deze aardappelen met betrek-
king tot den eigenaar nog geen bepaalde bestemming hadden verkregen.
Derhalve kan dan ook geen der koopers als aangever optreden, zoodat
de kruier Klasen als de benadeelde moet worden aangemerkt. Deze we
wenschte van dit geval evenwel geen aangifte te doen. Hij had de
inmenning van controleur Hoek verzocht om weer in het bezit te komen
van de zakken met aardappelen. De twee zakken met aardappelen heb ik,
rapporteur aan Klasen teruggegeven, terwijl ik de overige 10 mud
aardappelen heb teruggegeven aan van der Valk en Oosterhof.
Toegangskaart voor de Centrale Markt van van der Valk en Oosterhof
gaat hierbij. Valk en Oosterhof hebben zich voordien, blijkens de
administratie van Kaartenkantoor, op de Centrale Markt nimmer aan
eenig strafbaar feit schuldig gemaakt.
[Rechtsonder:]
Amsterdam 17 December 1941
Controleur,
(w.g. handtekening) Velthuis
[Linksonder:]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
(handtekening onleesbaar)
[Handgeschreven in bruin/rode inkt:]
Dvb ongeoorl. onttrekk. aan de aflev.
14 dagg W-diefstal, in v. Maandag 22 Dec.
Beide voorstel verdere straf of Bm
18/12 '41 (paraaf)
[Grote rode krabbel onderaan:]
77/94/3 Oosterh. }
4 Valk }
19/12/41 (paraaf) Dit document is een ambtelijk verslag over een vermeend strafbaar feit op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is de diefstal van twee zakken aardappelen door een sjouwer (overkruier) en een koper.
Uit het onderzoek van Controleur Velthuis blijkt dat de situatie juridisch complex was: de aardappelen waren op het moment van de diefstal nog niet aan een specifieke koper toegewezen, waardoor de andere overkruier (Klasen) als de rechtmatige eigenaar/benadeelde werd beschouwd. Hoewel Klasen geen aangifte wilde doen en slechts zijn goederen terugvroeg, werd de zaak door de administratie van het Marktwezen hoog opgenomen.
De handgeschreven notities onderaan onthullen de strafmaat: een voorstel voor 14 dagen (waarschijnlijk ontzegging van de markt of hechtenis) ingaande op maandag 22 december. De term "W-diefstal" verwijst mogelijk naar "Winkeldiefstal" of een specifieke categorie binnen het toenmalige strafrecht voor de markt. Het document dateert van december 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was Nederland bezet en heerste er groeiende voedselschaarste. De distributie van basisbehoeften zoals aardappelen werd streng gereguleerd door de overheid via instanties als de 'Aardappelcentrale' (in de tekst aangeduid als A.C.).
Diefstal van voedsel werd in deze context niet slechts als een privaat delict gezien, maar als een economisch vergrijp tegen de gecontroleerde voedselvoorziening. Dit verklaart waarom de autoriteiten sancties oplegden (zoals het innemen van de toegangskaarten en de voorgestelde 14 dagen straf), zelfs wanneer het slachtoffer zelf geen aangifte wenste te doen. De Centrale Markt was in die jaren het zenuwcentrum van de Amsterdamse voedseldistributie en stond onder streng toezicht van controleurs en het 'Kaartenkantoor'. G.J. Oosterhof Hoek (Controleur) Velthuis (Controleur) Velthuis blijkt (Controleur) Marktwezen