Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 213
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/ambtelijk schrijven.

20 februari 1942. Van: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (Amsterdam).

Origineel

Officiële brief/ambtelijk schrijven. 20 februari 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (Amsterdam). N.o 05/24/9 M. 1941 23/2 - '42.
[Handgeschreven: Afd. Markten]

Aan de Kramenverhuurdersvereeniging
"Ons Belang",
p/a den heer F.v.d.Berg, Secretaris,
Monnikenstraat 8,
A_L_H_I_E_R(C).

L.M. 1111
-1941-

[Handgeschreven aantekeningen en parafen: oz, m.v.u., 21/2]

20 Februari 1942.

In antwoord op Uw schrijven van 24 November j.l. deel ik
U mede, dat Uw daarin vervat verzoek om de kramenzetters vóór
11 uur en nà 15 uur toegang tot de Joodsche markten te verleenen,
niet ingewilligd kan worden.
VM

De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
(get.) J.L. Statz * Onderwerp: Afwijzing van een verzoek voor verruimde toegangstijden voor kramenzetters op Joodse markten.
* Kernboodschap: De wethouder weigert toestemming te geven aan personeel van de kramenverhuurders om buiten de vastgestelde tijden (11:00 - 15:00 uur) op de terreinen van de Joodse markten te zijn voor het op- of afbouwen.
* Stijl: Kort, formeel en autoritair. Er wordt geen enkele reden gegeven voor de afwijzing, wat typerend is voor de rigide handhaving van bezettingsmaatregelen door het toenmalige (NSB-gezinde) gemeentebestuur.
* Opvallend: De brief is een reactie op een schrijven van november 1941, wat wijst op een ambtelijke verwerkingstijd van drie maanden. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerde de bezetter, ondersteund door de Amsterdamse burgemeester en wethouders, vergaande segregatiemaatregelen in. Eén daarvan was het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan of te kopen.

Vanaf juli 1941 werden er in Amsterdam specifieke 'Joodse markten' ingesteld (zoals op het Waterlooplein en het Gaasperein). Deze markten waren onderworpen aan zeer strikte regels: ze waren uitsluitend toegankelijk voor Joden en de openingstijden waren beperkt van 11:00 tot 15:00 uur. Het verbod om buiten deze tijden op het marktterrein aanwezig te zijn, gold blijkbaar ook voor de (niet-Joodse) kramenzetters. De afwijzing in deze brief maakte het werk voor de kramenverhuurders logistiek bijna onmogelijk en diende enkel om de isolatie van de Joodse bevolking en de controle op hun bewegingsvrijheid te maximaliseren. De ondertekenaar, J.L. Statz, was een NSB-wethouder.

Samenvatting

  • Onderwerp: Afwijzing van een verzoek voor verruimde toegangstijden voor kramenzetters op Joodse markten.
  • Kernboodschap: De wethouder weigert toestemming te geven aan personeel van de kramenverhuurders om buiten de vastgestelde tijden (11:00 - 15:00 uur) op de terreinen van de Joodse markten te zijn voor het op- of afbouwen.
  • Stijl: Kort, formeel en autoritair. Er wordt geen enkele reden gegeven voor de afwijzing, wat typerend is voor de rigide handhaving van bezettingsmaatregelen door het toenmalige (NSB-gezinde) gemeentebestuur.
  • Opvallend: De brief is een reactie op een schrijven van november 1941, wat wijst op een ambtelijke verwerkingstijd van drie maanden.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerde de bezetter, ondersteund door de Amsterdamse burgemeester en wethouders, vergaande segregatiemaatregelen in. Eén daarvan was het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan of te kopen.

Vanaf juli 1941 werden er in Amsterdam specifieke 'Joodse markten' ingesteld (zoals op het Waterlooplein en het Gaasperein). Deze markten waren onderworpen aan zeer strikte regels: ze waren uitsluitend toegankelijk voor Joden en de openingstijden waren beperkt van 11:00 tot 15:00 uur. Het verbod om buiten deze tijden op het marktterrein aanwezig te zijn, gold blijkbaar ook voor de (niet-Joodse) kramenzetters. De afwijzing in deze brief maakte het werk voor de kramenverhuurders logistiek bijna onmogelijk en diende enkel om de isolatie van de Joodse bevolking en de controle op hun bewegingsvrijheid te maximaliseren. De ondertekenaar, J.L. Statz, was een NSB-wethouder.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6