Officiële brief / Correspondentie.
Origineel
Officiële brief / Correspondentie. 17 juni 1941. J.H. Krispijn, namens het Hoofd van Afdeeling II van de NAD. [Stempel/Handgeschreven bovenaan:] N° 86/27/2 M. 1941 10/6
[Logo: NEDERLANDSCHE ARBEIDSDIENST met embleem van een spade en de tekst "ick dien"]
C O M M A N D A N T
S T A F .
's-GRAVENHAGE, 17 Juni 1941.
Conradkade 64. Telefoon 336751.
Bij beantwoording van dezen brief nauwkeurig
afdeeling, nummer en datum vermelden.
Afdeeling : II. (B.V.O.en S.)
No. : 29158.
Bijlagen : ---
Onderwerp: Inlichtingen.
[Handgeschreven notitie rechtsboven, vermoedelijk archiefcode:] M.i. Lup dit.
Naar aanleiding van Uw brief van
10 Juni 1941 No. 86/27/1M., deel ik U mede, dat voor
zoover bekend is op het Bureau-Voorbereiding-Opkomst
en Stamboeken: C. Uivel geboren 5 Januari 1918, op
18 Februari 1941, uit den Opbouwdienst is ontslagen
wegens het aanvaarden van een betrekking.
Het Hoofd van Afdeeling II,
o.l. Het Hoofd van B.V.O. en S.,
typ.: H.
coll.:
[Handtekening]
J.H. Krispijn.
A A N :
DEN Heer Directeur
"Marktwezen" te
AMSTERDAM. Dit document is een ambtelijk bericht van de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD) aan de directie van het "Marktwezen" in Amsterdam. De brief dient als verificatie van het arbeidsverleden van een individu genaamd C. Uivel (geboren op 5 januari 1918).
De NAD bevestigt dat Uivel op 18 februari 1941 is ontslagen uit de Opbouwdienst. Als reden voor het ontslag wordt opgegeven dat de betrokkene een andere baan ("betrekking") heeft aanvaard. De brief is ondertekend door J.H. Krispijn, die optreedt namens het hoofd van Afdeling II (Bureau-Voorbereiding-Opkomst en Stamboeken). De nauwkeurige referentienummers en de formele toon wijzen op een strakke bureaucratische controle tijdens de bezettingsjaren. De Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD) was een tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) opgerichte organisatie. Aanvankelijk was deelname vrijwillig, maar vanaf 1942 werd het een verplichte werkindiensttreding voor jongeren. De NAD was gemodelleerd naar de Duitse Reichsarbeitsdienst (RAD) en had als doel zowel fysieke arbeid te verrichten (zoals ontginning van land) als de jeugd te indoctrineren met nationaalsocialistische ideeën.
De Opbouwdienst, die in de brief wordt genoemd, was de directe voorloper van de NAD. Deze werd direct na de Nederlandse overgave in mei 1940 opgericht om gedemobiliseerde militairen op te vangen en te voorkomen dat zij als krijgsgevangenen naar Duitsland zouden worden afgevoerd. In de loop van 1940 en 1941 ging de Opbouwdienst geleidelijk over in de NAD.
Dit specifieke document uit juni 1941 illustreert hoe reguliere gemeentelijke diensten (zoals het Amsterdamse Marktwezen) in contact stonden met deze nieuwe, door de bezetter gecontroleerde instanties om de achtergrond van werknemers te controleren.