Administratieve memo/fiche betreffende marktgeld.
Origineel
Administratieve memo/fiche betreffende marktgeld. April 1941. [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 86/20/1 1941
DOORGEZONDEN: 11/4-41.
[Rechtsboven:]
437
[Hoofdtekst handgeschreven:]
S. Merist, pl. 42 Mosplein
Merist werd 5 April j.l.
wegens wanbetaling
afgevoerd met f 0.75 schuld.
m.i. wegens hechtenis
vrijstellen van betaling
van marktgeld in het
Mosplein vanaf 23 Feb. ’41.
[Marginale aantekeningen en parafen:]
acc. 15-4-41 [onleesbare handtekening, mogelijk ‘de Heer’]
geen schuld.
Smit 15/4 ’41
idem in Uilenburg.
vM 15/4 ’41
[Onderaan in rood potlood/inkt:]
86/20/2 17
[Rechtsonder:]
16/4/41 HS
[Linksonder voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het kwijtschelden van marktgeld en de administratieve afhandeling van een marktkoopman genaamd S. Merist.
* Inhoud: In eerste instantie werd Merist op 5 april 1941 uit de administratie verwijderd ("afgevoerd") vanwege een betalingsachterstand van 0,75 gulden op het Mosplein. De schrijver van de memo stelt echter voor om hem hiervan vrij te stellen, omdat de wanbetaling het gevolg was van "hechtenis" (gevangenschap) sinds 23 februari 1941.
* Correctie: De schuld wordt kwijtgescholden ("geen schuld") en deze beslissing wordt ook toegepast op zijn standplaats in de Uilenburg.
* Opmerkelijke details: De vermelding van "hechtenis" in combinatie met de locaties Mosplein en Uilenburg in april 1941 is historisch relevant. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Uilenburg was een bekende Joodse buurt in Amsterdam met een belangrijke markt. In deze periode (begin 1941) vonden er veel arrestaties plaats, met name van Joodse Amsterdammers (denk aan de nasleep van de Februaristaking).
De term "hechtenis" suggereert dat S. Merist door de autoriteiten was opgepakt, waardoor hij zijn marktgelden niet kon voldoen. De ambtenaren die dit verwerkten, volgden hier de bureaucratische weg om de schuld administratief recht te trekken op basis van overmacht door gevangenschap. De rode cijfers onderaan lijken te verwijzen naar een vervolgdossier of een andere archiefplaatsing (86/20/2).
Samenvatting
- Onderwerp: Het kwijtschelden van marktgeld en de administratieve afhandeling van een marktkoopman genaamd S. Merist.
- Inhoud: In eerste instantie werd Merist op 5 april 1941 uit de administratie verwijderd ("afgevoerd") vanwege een betalingsachterstand van 0,75 gulden op het Mosplein. De schrijver van de memo stelt echter voor om hem hiervan vrij te stellen, omdat de wanbetaling het gevolg was van "hechtenis" (gevangenschap) sinds 23 februari 1941.
- Correctie: De schuld wordt kwijtgescholden ("geen schuld") en deze beslissing wordt ook toegepast op zijn standplaats in de Uilenburg.
- Opmerkelijke details: De vermelding van "hechtenis" in combinatie met de locaties Mosplein en Uilenburg in april 1941 is historisch relevant.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Uilenburg was een bekende Joodse buurt in Amsterdam met een belangrijke markt. In deze periode (begin 1941) vonden er veel arrestaties plaats, met name van Joodse Amsterdammers (denk aan de nasleep van de Februaristaking).
De term "hechtenis" suggereert dat S. Merist door de autoriteiten was opgepakt, waardoor hij zijn marktgelden niet kon voldoen. De ambtenaren die dit verwerkten, volgden hier de bureaucratische weg om de schuld administratief recht te trekken op basis van overmacht door gevangenschap. De rode cijfers onderaan lijken te verwijzen naar een vervolgdossier of een andere archiefplaatsing (86/20/2).