Archief 745
Inventaris 745-365
Pagina 341
Dossier 11
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële correspondentie (doorslag van een getypte brief).

9 april 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie).

Origineel

Officiële correspondentie (doorslag van een getypte brief). 9 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). [Handgeschreven, blauw:] extra

D/HG.

90/13/2 M.
1
9 April 1941.

Verzoek Th.van Laar om voor
ventvergunning in aanmerking
te mogen komen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes heb ik de eer U een brief over te leggen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam d.d. 26 Maart jl. No.S 1347.

Wat het verzoek ad a. betreft, heb ik de eer U te berichten, dat Van Laar voor een vaste plaats op de weekmarkt Mosplein (op Zaterdag) in aanmerking kan komen, indien hij zich ten kantore van mijn dienst op de voor die markt bestemde sollicitantenlijst doet inschrijven; dit gedeelte van het verzoek zal door mij verder in behandeling worden genomen.

Ten aanzien van het verzoek sub. b. moge ik U verwijzen naar den brief van Burgemeester en Wethouders van 11 December 1939 No.62/232 L.M.1939 en mijn daaraan voorafgaand rapport van 21 November 1939 No.18/53/2 M., waaruit blijkt, dat Van Laar niet aannemelijk heeft kunnen maken, dat hij in 1933 het beroep van venter heeft uitgeoefend.

Daar het uitreiken van ventvergunningen behoort tot de bevoegdheden van het Gemeentebestuur, moge ik U beleefd in overweging geven de behandeling van dit gedeelte van het verzoek te willen overnemen.

De Directeur, * Administratieve splitsing: De brief maakt een duidelijk onderscheid tussen twee verzoeken van de heer Van Laar:
* Ad a: Een standplaats op de zaterdagmarkt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord). Dit valt onder de bevoegdheid van de betreffende directeur.
* Sub b: Een algemene ventvergunning. Dit valt onder de bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders (het Gemeentebestuur).
* Bewijslast en regelgeving: Uit de verwijzing naar 1939 blijkt dat Van Laar al eerder een poging heeft gedaan. De weigering is gebaseerd op het feit dat hij niet kon aantonen dat hij al in 1933 als venter actief was. Dit duidt op stringente vestigingsregels, mogelijk voortvloeiend uit de crisiswetgeving van de jaren '30 of de specifieke ordening van de straathandel.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele en eerbiedige ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "moge ik U beleefd in overweging geven"). Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel het een puur administratieve kwestie betreft, is de context van de voedselvoorziening cruciaal. De geadresseerde is de "Wethouder voor de Levensmiddelen", een functie die tijdens de oorlogsjaren van vitaal belang was vanwege de schaarste en de distributie.

De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord, die in de brief wordt genoemd, was (en is nog steeds) een belangrijk knooppunt voor de lokale handel. Dat er in 1941 nog steeds strikt werd getoetst op basis van gegevens uit 1933, laat zien dat de ambtelijke molens en de vooroorlogse regelgeving (zoals de Vestigingswet) onder het nieuwe regime in eerste instantie gehandhaafd bleven voor dit soort kleinschalige economische activiteiten.

Samenvatting

  • Administratieve splitsing: De brief maakt een duidelijk onderscheid tussen twee verzoeken van de heer Van Laar:
    • Ad a: Een standplaats op de zaterdagmarkt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord). Dit valt onder de bevoegdheid van de betreffende directeur.
    • Sub b: Een algemene ventvergunning. Dit valt onder de bevoegdheid van het College van Burgemeester en Wethouders (het Gemeentebestuur).
  • Bewijslast en regelgeving: Uit de verwijzing naar 1939 blijkt dat Van Laar al eerder een poging heeft gedaan. De weigering is gebaseerd op het feit dat hij niet kon aantonen dat hij al in 1933 als venter actief was. Dit duidt op stringente vestigingsregels, mogelijk voortvloeiend uit de crisiswetgeving van de jaren '30 of de specifieke ordening van de straathandel.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele en eerbiedige ambtelijke stijl ("heb ik de eer U te berichten", "moge ik U beleefd in overweging geven").

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel het een puur administratieve kwestie betreft, is de context van de voedselvoorziening cruciaal. De geadresseerde is de "Wethouder voor de Levensmiddelen", een functie die tijdens de oorlogsjaren van vitaal belang was vanwege de schaarste en de distributie.

De markt op het Mosplein in Amsterdam-Noord, die in de brief wordt genoemd, was (en is nog steeds) een belangrijk knooppunt voor de lokale handel. Dat er in 1941 nog steeds strikt werd getoetst op basis van gegevens uit 1933, laat zien dat de ambtelijke molens en de vooroorlogse regelgeving (zoals de Vestigingswet) onder het nieuwe regime in eerste instantie gehandhaafd bleven voor dit soort kleinschalige economische activiteiten.

Kooplieden in dit dossier 99

A B Adriani
A. Cohen Uilenburg 1
A.C. ter Weyden Uilenburg 1
A. Jansen 10.46
A. J. Bogers 2.43
A J Noijen
Aäron van Praag Uilenburg
B. Kinschraper Uilenburg 1
B. Walberstadt Uilenburg
C. Kok Uilenburg
C. Goedhart Waterlooplein Alb.Cuypstraat
C. Goedhart Uilenburg Alb.Cuypstraat
C.J. Vaas Uilenburg } 1 pers.
D. Sebbeler Waterlooplein 2.50
Fa. Gondo
F.X. Waterlooplein 3.19
G. Hak Uilenburg } 2 pers
Brigadier Maas. Uilenburg
J. Triitman 100.-
G. Slikker Waterlooplein Alb.Cuypstraat
G. Slikker Uilenburg Alb.Cuypstraat
H. Hamjé 0495 Uilenburg 1 pers
Alle 99 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6