Archiefdocument
Origineel
3 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt Amsterdam). Den Heer Commandant der Brandweer, Nieuwe Achtergracht 26-34, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven rechtsboven:] W. Jonkmans (onduidelijk)
[Handgeschreven boven adres:] Verzonden 3/1
[Rechtsboven:] S/HG.
den Heer Commandant der Brandweer,
Nieuwe Achtergracht 26-34,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
[Linksboven:] 98/1/1 M. [Rechts daarvan:] 3 Januari 1941.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat vanwege de Duitsche militaire macht, een deel van het reserveterrein der Centrale Markt, ter grootte van circa 32000 m2 en hoofdzakelijk gelegen ten Oosten en ten Zuiden van de begraafplaats Vredenhof aan den Haarlemmerweg, zal worden gebruikt voor den opslag van in balen geperst stroo, waarmede inmiddels reeds een begin is gemaakt.
Ik stel U hiermede in kennis, omdat het wellicht noodig kan zijn om, met het oog op het brandgevaar, afgezien van het reeds op de Centrale Markt gevestigd zijn van een sterk bezette brandweerpost met het noodige materiaal, nog andere maatregelen, te Uwer beoordeeling, te treffen.
De Directeur, In deze brief informeert de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam de commandant van de brandweer over de vordering van een groot stuk land (ca. 3,2 hectare) door de Duitse bezetter. Dit terrein, gelegen nabij begraafplaats Vredenhof aan de Haarlemmerweg, wordt ingericht als opslagplaats voor balen stro.
De kern van de brief is een waarschuwing voor het verhoogde brandgevaar dat deze enorme hoeveelheid droog stro met zich meebrengt. Hoewel de Centrale Markt al beschikt over een eigen brandweerpost, verzoekt de directeur de commandant om te beoordelen of er aanvullende maatregelen nodig zijn ter beveiliging van de omgeving. De brief dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Het document illustreert hoe de bezetter beslag legde op civiele infrastructuur en terreinen voor militaire doeleinden. Stro was essentieel voor de Wehrmacht, die in die fase van de oorlog nog zeer afhankelijk was van paarden voor transport en logistiek.
De locatie, de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), was en is een vitaal logistiek knooppunt. Het feit dat de directeur zich direct tot de brandweercommandant wendt, getuigt van de reële angst voor brand in een tijd waarin de stroomvoorziening onbetrouwbaar was en het gevaar van (geallieerde) bombardementen of sabotage steeds aanwezig was. De brandweerkazerne aan de Nieuwe Achtergracht was in die tijd een hoofdkazerne van de Amsterdamse brandweer.