Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 250
Dossier 23
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtsbericht of intern memorandum betreffende markttoezicht.

21 november 1939 Van: De marktambtenaar (ondertekend door H.F. de Vries)

Origineel

Ambtsbericht of intern memorandum betreffende markttoezicht. 21 november 1939 De marktambtenaar (ondertekend door H.F. de Vries) Zoo voortgaande zou uiteindelijk vrijwel geen
artikel meer op de markt verkocht kunnen worden, dan-
wel er zou een uitgebreide contrôle moeten plaatsvinden
op alles wat er op een standwerkers markt als het Amstelveld
door de kooplieden alzoo wordt gezegd. Het komt mij dan ook
noodzakelijk voor dat definitief wordt beslist hoe ver Art. 30
doorgevoerd moet worden.
Ik wil er in dit verband op wijzen dat er m.i.
een groot verschil bestaat tusschen Kwakzalvers,
(die de markt bezoeken met een onschuldig artikel
om daar ^bij op slinksche wijze reklame voor hun
onwettig bedrijf dat zij buiten de markt uitoefenen, te
kunnen maken.) en bonafide kooplieden, die
een onschuldig artikel met een onschuldig praatje
aan den man trachten te brengen. De eersten
behooren zeker NIET, de laatsten stellig wel
op de markt thuis.

Amsterdam 21 November 1939
De marktambtenaar
(w.g.) H.F. de Vries In dit document adviseert de Amsterdamse marktambtenaar H.F. de Vries zijn superieuren over de interpretatie en handhaving van "Art. 30" (waarschijnlijk een bepaling uit de Marktverordening). Het centrale probleem is de mate van toezicht op wat standwerkers tijdens hun verkoopverhaal (hun 'praatje') mogen zeggen.

De auteur stelt dat een te strikte handhaving de handel onmogelijk zou maken, omdat elke uiting gecontroleerd zou moeten worden. Hij pleit voor een onderscheid op basis van de intentie van de handelaar:
1. De 'Kwakzalvers': Zij gebruiken de markt als dekmantel. Met een legitiem product lokken ze publiek om reclame te maken voor illegale activiteiten die zij elders uitvoeren. Volgens de ambtenaar horen zij niet op de markt thuis.
2. De 'Bonafide kooplieden': Zij gebruiken hun welbespraaktheid puur om hun (legitieme) handel te bevorderen. Zij vormen volgens hem de kern van de standwerkersmarkt en moeten worden getolereerd.

De tekst bevat diverse onderstrepingen ter nadruk en een correctie ("bij" boven de regel gevoegd), wat duidt op een zorgvuldig geformuleerd standpunt over het evenwicht tussen regelgeving en de levendige praktijk van de Amsterdamse markt. Het document dateert van november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voor Nederland. Ondanks de internationale spanningen bleef het dagelijks leven en de stedelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie gewoon doorgaan.

Het Amstelveld staat van oudsher bekend als een belangrijke plek voor de Amsterdamse markthandel, specifiek voor standwerkers die met hun humor en overredingskracht hun waren aanprezen. De discussie over de grens tussen vermakelijke verkoopretoriek en misleiding (kwakzalverij) is een terugkerend thema in de geschiedenis van het markttoezicht. De marktambtenaar probeert hier de authentieke Amsterdamse standwerkerstraditie te beschermen tegen verstikkende bureaucratie, terwijl hij tegelijkertijd excessen en illegaliteit wil aanpakken.

Samenvatting

In dit document adviseert de Amsterdamse marktambtenaar H.F. de Vries zijn superieuren over de interpretatie en handhaving van "Art. 30" (waarschijnlijk een bepaling uit de Marktverordening). Het centrale probleem is de mate van toezicht op wat standwerkers tijdens hun verkoopverhaal (hun 'praatje') mogen zeggen.

De auteur stelt dat een te strikte handhaving de handel onmogelijk zou maken, omdat elke uiting gecontroleerd zou moeten worden. Hij pleit voor een onderscheid op basis van de intentie van de handelaar:
1. De 'Kwakzalvers': Zij gebruiken de markt als dekmantel. Met een legitiem product lokken ze publiek om reclame te maken voor illegale activiteiten die zij elders uitvoeren. Volgens de ambtenaar horen zij niet op de markt thuis.
2. De 'Bonafide kooplieden': Zij gebruiken hun welbespraaktheid puur om hun (legitieme) handel te bevorderen. Zij vormen volgens hem de kern van de standwerkersmarkt en moeten worden getolereerd.

De tekst bevat diverse onderstrepingen ter nadruk en een correctie ("bij" boven de regel gevoegd), wat duidt op een zorgvuldig geformuleerd standpunt over het evenwicht tussen regelgeving en de levendige praktijk van de Amsterdamse markt.

Historische Context

Het document dateert van november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voor Nederland. Ondanks de internationale spanningen bleef het dagelijks leven en de stedelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie gewoon doorgaan.

Het Amstelveld staat van oudsher bekend als een belangrijke plek voor de Amsterdamse markthandel, specifiek voor standwerkers die met hun humor en overredingskracht hun waren aanprezen. De discussie over de grens tussen vermakelijke verkoopretoriek en misleiding (kwakzalverij) is een terugkerend thema in de geschiedenis van het markttoezicht. De marktambtenaar probeert hier de authentieke Amsterdamse standwerkerstraditie te beschermen tegen verstikkende bureaucratie, terwijl hij tegelijkertijd excessen en illegaliteit wil aanpakken.

Locaties

Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6