Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 251
Dossier 113
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

20 december 1928 Van: Léon Barends Bzn. (naam op briefpapier is doorgehaald) Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Dossier: 25/1/1

Origineel

20 december 1928 Léon Barends Bzn. (naam op briefpapier is doorgehaald) Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Nº 25/1/1 M. 1339 2/3
~~Léon Barends Bzn.~~
TELEGRAM ADRES: Amsterdam, 20 Dec 1928
LEOBANK AMSTERDAM.

Aan den directeur v/h Marktwezen, alhier.

Weled. Heer, mi. msp.

Heden ontving ik Uw bericht, meldende dat ik
mijn plaats op de markt in de Albert Cuyp-
straat op 16 dezer na 't verlaten van de markt
onrein zou hebben achtergelaten.
Met de meeste nadruk protesteer ik
tegen deze beschuldiging.
Ongeveer een maand geleden werd ik
gewaarschuwd, dat de marktmeester
van Monkerken mij ook voor zo'n feit
had genoteerd. Ik toonde hem
toen aan, dat een ander de oorzaak
er van was, waarop hij opmerkte,
dat hij op die wijze achter de
waarheid komt.
Ik vind het wel kras, dat deze
marktmeester nu weer zonder
enig nader onderzoek, of zonder mij In deze brief uit de schrijver zijn diepe verontwaardiging over een officiële waarschuwing die hij heeft ontvangen. De Dienst van het Marktwezen beschuldigt hem ervan dat hij op 16 december 1928 zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt vervuild zou hebben achtergelaten.

De afzender voert een krachtig verweer door te verwijzen naar een incident van een maand eerder. Destijds was hij door dezelfde marktmeester (Van Monkerken) voor een vergelijkbaar feit genoteerd, maar kon hij ter plekke aantonen dat een ander de vervuiling had veroorzaakt. De schrijver vindt het "kras" (vrijpostig/ongehoord) dat de marktmeester opnieuw een rapport indient zonder eerst wederhoor te plegen of de situatie ter plekke grondig te onderzoeken. De tekst op deze pagina eindigt midden in een zin. De Albert Cuypmarkt was in 1928 al een gevestigde en drukke dagmarkt in Amsterdam (officieel ingesteld in 1905). Het beheer en de handhaving van de marktreglementen vielen onder de gemeentelijke dienst van het Marktwezen. Hygiënevoorschriften waren streng om overlast in de dichtbevolkte wijk De Pijp te beperken. Documenten als deze bieden een waardevolle blik op de verhoudingen tussen marktkooplieden en het gemeentelijk toezicht in het interbellum, waarbij de koopman zich niet schroomde om formeel en mondig tegen de autoriteiten in te gaan. Marktwezen

Samenvatting

In deze brief uit de schrijver zijn diepe verontwaardiging over een officiële waarschuwing die hij heeft ontvangen. De Dienst van het Marktwezen beschuldigt hem ervan dat hij op 16 december 1928 zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt vervuild zou hebben achtergelaten.

De afzender voert een krachtig verweer door te verwijzen naar een incident van een maand eerder. Destijds was hij door dezelfde marktmeester (Van Monkerken) voor een vergelijkbaar feit genoteerd, maar kon hij ter plekke aantonen dat een ander de vervuiling had veroorzaakt. De schrijver vindt het "kras" (vrijpostig/ongehoord) dat de marktmeester opnieuw een rapport indient zonder eerst wederhoor te plegen of de situatie ter plekke grondig te onderzoeken. De tekst op deze pagina eindigt midden in een zin.

Historische Context

De Albert Cuypmarkt was in 1928 al een gevestigde en drukke dagmarkt in Amsterdam (officieel ingesteld in 1905). Het beheer en de handhaving van de marktreglementen vielen onder de gemeentelijke dienst van het Marktwezen. Hygiënevoorschriften waren streng om overlast in de dichtbevolkte wijk De Pijp te beperken. Documenten als deze bieden een waardevolle blik op de verhoudingen tussen marktkooplieden en het gemeentelijk toezicht in het interbellum, waarbij de koopman zich niet schroomde om formeel en mondig tegen de autoriteiten in te gaan.

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6