Ambtsbrief (afschrift van een circulaire).
Origineel
Ambtsbrief (afschrift van een circulaire). Haarlem, 29 mei 1940 (verzonden op 4 juni 1940). Provinciaal Bestuur van Noord-Holland, Afdeeling 2 A. No 404 L.M. 1940 10/1
No. 29 S 30 / 1940 M.Z.
Afschrift.
PROVINCIAAL BESTUUR VAN NOORDHOLLAND.
----------
Afdeeling 2 A.
No. 319
Onderwerp:
Schadevergoeding ingevolge de / wet van 15 April 1896, Staatsblad / no. 71, en de wet van 23 Mei 1899, / Staatsblad no. 128.
Haarlem, 29 Mei 1940.
Verzonden: 4 Juni 1940.
Wij meenen goed te doen het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Artikel 5 der wet van 15 April 1896, Staatsblad no. 71, houden- de bepalingen ter uitvoering van artikel 159, 2e lid, der Grondwet (militaire Inundatiën), bepaalt, dat, wanneer door het voorbereiden of het stellen van de militaire inundatiën op last of krachtens mach- tiging van den Minister van Defensie eigendommen worden beschadigd of aan de vrije beschikking van rechthebbenden of huurders onttrokken, aan hen op hun aanvrage de schade, welke daardoor mocht zijn geleden, wordt vergoed, voorzoover die schade als het onmiddellijke en dadelijke gevolg van het voorbereiden of het stellen der inundatiën moet worden beschouwd en voor zoover daarin niet is of wordt voorzien door terug- brenging van het gebruikte eigendom voor rekening van den Staat in den toestand, waarin het zich vóór de ingebruikneming bevond.
Genoemd artikel schrijft voor, dat de hierbedoelde aanvrage aan den Minister van Defensie moet worden ingediend binnen een maand na de dagteekening van de in artikel 4 bedoelde kennisgeving, waarbij de wederbeschikbaarstelling van het gebruikte eigendom ter algemeene kennis wordt gebracht.
Bij kennisgeving van den toenmaligen Minister van Oorlog van 17 October 1918 (Nederlandsche Staatscourant no. 244) is er de aan- dacht op gevestigd, dat de termijn, genoemd in artikel 5 der wet, moet worden beschouwd als een eindtermijn, zoodat met het indienen der aan- vrage tot schadeloosstelling niet behoeft te worden gewacht, totdat overeenkomstig artikel 4 de wederbeschikbaarstelling ter algemeene kennis is gebracht. Het verdient integendeel aanbeveling de indiening te doen plaats hebben onmiddellijk nadat de toepassing der militaire maatregelen krachtens de genoemde wet heeft opgehouden. Alsdan kan de geleden schade nauwkeuriger worden begroot en zal, voor zoover van Rijkswege niet gebruik gemaakt wordt van de bevoegdheid, om, overeen- komstig artikel 4 der wet, het gebruikte eigendom voor rekening van den Staat terug te brengen in den toestand, waarin het zich vóór de ingebruikneming bevond, toewijzing van de schadeloosstelling reeds aanstonds kunnen volgen.
A a n
de gemeente- en waterschapsbesturen
in de provincie Noordholland.
---------- * Taal en Spelling: Het document is opgesteld in het Nederlands met de toenmalige spelling (vóór de hervorming van 1947), gekenmerkt door woorden als "Afdeeling", "Inundatiën", "onmiddellijke" en "dagteekening".
* Juridische Kern: De brief zet de procedure uiteen voor het claimen van schadevergoeding bij de Rijksoverheid wanneer landerijen of eigendommen zijn beschadigd door militaire inundaties.
* Procedurele Instructie: De kern van de instructie is een verduidelijking van de indieningstermijn. Hoewel de wet stelt dat men tot een maand na de officiële vrijgave van het terrein de tijd heeft, adviseert de provincie (onder verwijzing naar een besluit uit 1918) om claims onmiddellijk in te dienen zodra de militaire noodzaak stopt. Dit is bedoeld om de afhandeling te bespoedigen en schade nauwkeuriger te kunnen taxeren voordat de staat eventueel zelf herstelwerkzaamheden uitvoert.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en ambtelijk-ondersteunend naar lagere overheden toe. * Historische Situatie: De datum van de brief, 29 mei 1940, is cruciaal. De Nederlanden waren op dat moment net twee weken bezet door nazi-Duitsland (na de capitulatie op 14 mei).
* De Inundaties: Tijdens de "Dagen in Mei" had het Nederlandse leger grote delen van het land (met name de Nieuwe Hollandse Waterlinie) onder water gezet om de Duitse opmars te stuiten. Dit document toont aan dat de civiele administratie direct na de gevechtshandelingen begon met de bureaucratische afwikkeling van de enorme materiële schade die de eigen defensiestrategie aan burgers had berokkend.
* Continuïteit: Het document illustreert de continuïteit van het openbaar bestuur tijdens het begin van de bezetting. Ondanks de aanwezigheid van de bezetter, hielden provinciale ambtenaren zich onmiddellijk bezig met nationale wetgeving en procedures voor de schadeloosstelling van hun inwoners.