Officiële militaire kennisgeving/brief.
Origineel
Officiële militaire kennisgeving/brief. 16 april 1940. De reserve kapitein, C.- VIe Zl. A. tl., Ir. H. Mulder. Directie gem. Markthallen, Jan van Galenstraat, AMSTERDAM-W. VIe Zl. A. tl.
COMMANDANT.
No. D 2779 A.
Onderwerp:
Vordering volgens
Oorlogswet art. 16.
WG/C
Veldpost, 16 April 1940.
№ 90/3/2 M. 1940 19/4 [stempel]
Onder verwijzing naar het hierbij gaande vorderingsbewijs
no. 23 deel ik U mede, dat volgens bovengenoemde wet binnen een
maand na dagteekening van bedoeld bewijs, voor zoover dit door
U noodig beoordeeld wordt, een verzoekschrift tot den Minister
van Defensie moet worden gericht voor schadeloosstelling.
De reserve kapitein,
C.- VIe Zl. A. tl.,
[Handtekening: H Mulder]
Ir. H. Mulder.
Aan:
Directie gem. Markthallen,
Jan van Galenstraat,
AMSTERDAM-W.
2 [handgeschreven onderaan] Deze brief is een formele mededeling van een reserve-kapitein (Ir. H. Mulder) aan de directie van de Gemeentelijke Markthallen in Amsterdam. De kern van de brief is de kennisgeving van een vordering die is gedaan op basis van Artikel 16 van de Oorlogswet. Een specifiek vorderingsbewijs (no. 23) is bijgevoegd.
De ontvanger wordt gewezen op de wettelijke termijn van één maand na de datum van het vorderingsbewijs om een verzoek tot schadeloosstelling in te dienen bij de Minister van Defensie. Dit duidt op een strikte administratieve procedure rondom het opeisen van goederen of diensten door het leger. De afkorting "VIe Zl. A. tl." verwijst waarschijnlijk naar een specifieke legeronderdeel (mogelijk 6e Zelfstandige Afdeling Trein of vergelijkbaar). De datum van de brief, 16 april 1940, is van historisch belang. Het is minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Nederland was op dat moment al sinds augustus 1939 gemobiliseerd. De Nederlandse krijgsmacht was koortsachtig bezig met de voorbereidingen op een mogelijke oorlog, wat gepaard ging met het vorderen van transportmiddelen, voorraden en locaties.
De Amsterdamse Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening. Dat het leger hier vorderingen deed, past in het beeld van de beveiliging van vitale infrastructuur en middelen vlak voor het uitbreken van de vijandelijkheden. De brief laat zien hoe de bureaucratie van de mobilisatie werkte: zelfs in een crisistijd werd er nauwgezet verwezen naar wetten en procedures voor schadeloosstelling. A.
Samenvatting
Deze brief is een formele mededeling van een reserve-kapitein (Ir. H. Mulder) aan de directie van de Gemeentelijke Markthallen in Amsterdam. De kern van de brief is de kennisgeving van een vordering die is gedaan op basis van Artikel 16 van de Oorlogswet. Een specifiek vorderingsbewijs (no. 23) is bijgevoegd.
De ontvanger wordt gewezen op de wettelijke termijn van één maand na de datum van het vorderingsbewijs om een verzoek tot schadeloosstelling in te dienen bij de Minister van Defensie. Dit duidt op een strikte administratieve procedure rondom het opeisen van goederen of diensten door het leger. De afkorting "VIe Zl. A. tl." verwijst waarschijnlijk naar een specifieke legeronderdeel (mogelijk 6e Zelfstandige Afdeling Trein of vergelijkbaar).
Historische Context
De datum van de brief, 16 april 1940, is van historisch belang. Het is minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Nederland was op dat moment al sinds augustus 1939 gemobiliseerd. De Nederlandse krijgsmacht was koortsachtig bezig met de voorbereidingen op een mogelijke oorlog, wat gepaard ging met het vorderen van transportmiddelen, voorraden en locaties.
De Amsterdamse Markthallen aan de Jan van Galenstraat vormden een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening. Dat het leger hier vorderingen deed, past in het beeld van de beveiliging van vitale infrastructuur en middelen vlak voor het uitbreken van de vijandelijkheden. De brief laat zien hoe de bureaucratie van de mobilisatie werkte: zelfs in een crisistijd werd er nauwgezet verwezen naar wetten en procedures voor schadeloosstelling.