Getypte brief (doorslag), bladzijde 2.
Origineel
Getypte brief (doorslag), bladzijde 2. 9 april 1941. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde no.2 van brief No.99/2/1 M. d.d. 9 April 1941 aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat door den Regeeringscommissaris voor Amsterdam wordt bepaald, dat het monopolierecht voor de N.V. Service voor 1941 voorloopig op een basis van ƒ 400,- per jaar wordt vastgesteld. Vooraf ware terzake het advies van Uw Ambtgenoot voor de Financiën in te winnen.
De Directeur, Deze tekst betreft de tweede pagina van een ambtelijk schrijven binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Directeur van het Marktwezen doet een voorstel aan de Wethouder voor de Levensmiddelen met betrekking tot de financiële afwikkeling van een monopolierecht voor een bedrijf genaamd "N.V. Service".
De kernpunten zijn:
* Financieel voorstel: Er wordt voorgesteld om de vergoeding voor het monopolierecht voor het jaar 1941 voorlopig vast te stellen op 400 gulden.
* Procedure: De uiteindelijke beslissing moet genomen worden door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Voordat dit gebeurt, moet er advies worden gevraagd aan de wethouder van Financiën.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en beleefd, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd ("Ik geef U beleefd in overweging", "ware terzake"). De datum, 9 april 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter. De functie van "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (op dat moment Edward Voûte, die kort daarna burgemeester zou worden) was ingesteld door de Duitsers om meer controle uit te oefenen op de stad na de Februaristaking van 1941.
De Dienst van het Marktwezen en de wethouder voor de Levensmiddelen hadden in oorlogstijd een cruciale rol. Zij waren verantwoordelijk voor de voedselvoorziening, distributie en de controle op markten in een tijd van toenemende schaarste. Het feit dat er gesproken wordt over een "monopolierecht" voor een private onderneming (N.V. Service) binnen dit domein, suggereert dat dit bedrijf een specifieke dienst verleende op de markten, zoals bijvoorbeeld schoonmaak, bewaking of het verhuren van materialen, waarvoor zij een exclusief recht van de gemeente hadden verkregen.
Samenvatting
Deze tekst betreft de tweede pagina van een ambtelijk schrijven binnen het bestuur van de gemeente Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Directeur van het Marktwezen doet een voorstel aan de Wethouder voor de Levensmiddelen met betrekking tot de financiële afwikkeling van een monopolierecht voor een bedrijf genaamd "N.V. Service".
De kernpunten zijn:
* Financieel voorstel: Er wordt voorgesteld om de vergoeding voor het monopolierecht voor het jaar 1941 voorlopig vast te stellen op 400 gulden.
* Procedure: De uiteindelijke beslissing moet genomen worden door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". Voordat dit gebeurt, moet er advies worden gevraagd aan de wethouder van Financiën.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is formeel en beleefd, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd ("Ik geef U beleefd in overweging", "ware terzake").
Historische Context
De datum, 9 april 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode stond het gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter. De functie van "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" (op dat moment Edward Voûte, die kort daarna burgemeester zou worden) was ingesteld door de Duitsers om meer controle uit te oefenen op de stad na de Februaristaking van 1941.
De Dienst van het Marktwezen en de wethouder voor de Levensmiddelen hadden in oorlogstijd een cruciale rol. Zij waren verantwoordelijk voor de voedselvoorziening, distributie en de controle op markten in een tijd van toenemende schaarste. Het feit dat er gesproken wordt over een "monopolierecht" voor een private onderneming (N.V. Service) binnen dit domein, suggereert dat dit bedrijf een specifieke dienst verleende op de markten, zoals bijvoorbeeld schoonmaak, bewaking of het verhuren van materialen, waarvoor zij een exclusief recht van de gemeente hadden verkregen.