Ambtelijk schrijven / Correspondentie (doorslag).
Origineel
Ambtelijk schrijven / Correspondentie (doorslag). "De Directeur" (instelling niet nader gespecificeerd op deze doorslag). Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau, O.Z. Achterburgwal 213, Amsterdam. [Handgeschreven, bovenaan midden]: Verzonden 9/1
[Rechts uitgelijnd]:
het Hoofd van het Gemeentelijk
Materialenbureau,
O.Z. Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.
[Links]: 100/1/2 M. [Rechts]: 9 Januari 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 December jl. No. 13b/24
G.M.B. bericht ik U, dat de voorraad zachte zeep per 10 Januari
1941 bedraagt: 31 kg.
[Rechts]: De Directeur, * Datering: Er is een opvallende discrepantie in de datum. De kop van de brief vermeldt "9 Januari 1940", maar de tekst verwijst naar een brief van 30 december "jl." (jongstleden) en een voorraad per "10 Januari 1941". Gezien de context van de brief is het vrijwel zeker dat de typist(e) aan het begin van het nieuwe jaar uit gewoonte het oude jaar (1940) heeft getypt, terwijl het 1941 moest zijn.
* Inhoud: Het document is een zeer feitelijke rapportage over een kleine hoeveelheid zachte zeep (31 kg). Het feit dat een dergelijke specifieke hoeveelheid gerapporteerd moest worden aan een centraal materialenbureau, getuigt van de strikte controle op middelen tijdens de bezettingsjaren.
* Locatie: Het adres O.Z. Achterburgwal 213 in Amsterdam was de locatie van diverse gemeentelijke diensten. Tegenwoordig maken deze gebouwen deel uit van het universiteitscomplex (UvA). Dit document stamt uit januari 1941, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de extreme schaarste van de latere oorlogsjaren nog niet was bereikt, was het systeem van distributie en rantsoenering al volop in werking getreden.
Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) speelde een cruciale rol in het beheer van schaarse grondstoffen en goederen binnen de gemeente Amsterdam. Vetten en oliën, de basis voor zeep, waren strategische goederen die door de bezetter nauwlettend werden gecontroleerd. De bureaucratische noodzaak om een voorraad van slechts 31 kilogram zachte zeep te rapporteren, illustreert hoe de overheid grip probeerde te houden op elke beschikbare voorraad om de distributie aan ziekenhuizen, scholen en de bevolking te kunnen blijven reguleren. Zulke documenten vormen de administratieve neerslag van de groeiende schaarste in het dagelijks leven van de Amsterdammers tijdens de bezetting.
Samenvatting
- Datering: Er is een opvallende discrepantie in de datum. De kop van de brief vermeldt "9 Januari 1940", maar de tekst verwijst naar een brief van 30 december "jl." (jongstleden) en een voorraad per "10 Januari 1941". Gezien de context van de brief is het vrijwel zeker dat de typist(e) aan het begin van het nieuwe jaar uit gewoonte het oude jaar (1940) heeft getypt, terwijl het 1941 moest zijn.
- Inhoud: Het document is een zeer feitelijke rapportage over een kleine hoeveelheid zachte zeep (31 kg). Het feit dat een dergelijke specifieke hoeveelheid gerapporteerd moest worden aan een centraal materialenbureau, getuigt van de strikte controle op middelen tijdens de bezettingsjaren.
- Locatie: Het adres O.Z. Achterburgwal 213 in Amsterdam was de locatie van diverse gemeentelijke diensten. Tegenwoordig maken deze gebouwen deel uit van het universiteitscomplex (UvA).
Historische Context
Dit document stamt uit januari 1941, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de extreme schaarste van de latere oorlogsjaren nog niet was bereikt, was het systeem van distributie en rantsoenering al volop in werking getreden.
Het Gemeentelijk Materialenbureau (G.M.B.) speelde een cruciale rol in het beheer van schaarse grondstoffen en goederen binnen de gemeente Amsterdam. Vetten en oliën, de basis voor zeep, waren strategische goederen die door de bezetter nauwlettend werden gecontroleerd. De bureaucratische noodzaak om een voorraad van slechts 31 kilogram zachte zeep te rapporteren, illustreert hoe de overheid grip probeerde te houden op elke beschikbare voorraad om de distributie aan ziekenhuizen, scholen en de bevolking te kunnen blijven reguleren. Zulke documenten vormen de administratieve neerslag van de groeiende schaarste in het dagelijks leven van de Amsterdammers tijdens de bezetting.