Ambtsbrief/Memorandum.
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum. 3 januari 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Alhier. extra
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r.
100/3/1 M 3 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 December jl.
(S.I.3650/111 B II) bericht ik U, dat op 1 Januari 1941 by
myn dienst 572 liter benzine in voorraad was, terwyl geen
geblokkeerde voorraad aanwezig was.
De Directeur, * Onderwerp: Rapportage van de brandstofvoorraad per 1 januari 1941.
* Inhoud: De directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een verzoek om informatie van de 'Kleine Benzinecommissie'. Hij meldt een voorraad van 572 liter benzine. Belangrijk detail is de melding dat er geen 'geblokkeerde voorraad' aanwezig was, wat suggereert dat alle aanwezige brandstof direct inzetbaar was voor de betreffende dienst.
* Taalgebruik: Formeel Nederlands, passend bij de tijd en de ambtelijke context (bijv. "den Heer", "jl.", "myn", "terwyl").
* Administratieve context: Het document bevat diverse kenmerken van een strakke bureaucratie, zoals een specifiek dossiernummer (100/3/1 M) en een verwijzing naar een eerdere brief met een complex kenmerk (S.I.3650/111 B II). Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Direct na de inval in mei 1940 werden schaarse middelen, zoals brandstof, streng gerantsoeneerd.
De oprichting van een "Kleine Benzinecommissie" op lokaal niveau duidt op de noodzaak om het verbruik van benzine binnen de gemeente nauwgezet te controleren en te verdelen. Gemeentelijke diensten moesten hun voorraden opgeven om te voorkomen dat er ongeautoriseerde reserves werden aangelegd. De term "geblokkeerde voorraad" verwijst waarschijnlijk naar brandstof die door hogere instanties was gereserveerd voor specifieke (nood)doeleinden en waar de dienst zelf niet zomaar over mocht beschikken. Dit soort administratieve verslaglegging was essentieel voor de bezetter en het lokale bestuur om de oorlogseconomie draaiende te houden onder de toenemende schaarste.
Samenvatting
- Onderwerp: Rapportage van de brandstofvoorraad per 1 januari 1941.
- Inhoud: De directeur van een gemeentelijke dienst reageert op een verzoek om informatie van de 'Kleine Benzinecommissie'. Hij meldt een voorraad van 572 liter benzine. Belangrijk detail is de melding dat er geen 'geblokkeerde voorraad' aanwezig was, wat suggereert dat alle aanwezige brandstof direct inzetbaar was voor de betreffende dienst.
- Taalgebruik: Formeel Nederlands, passend bij de tijd en de ambtelijke context (bijv. "den Heer", "jl.", "myn", "terwyl").
- Administratieve context: Het document bevat diverse kenmerken van een strakke bureaucratie, zoals een specifiek dossiernummer (100/3/1 M) en een verwijzing naar een eerdere brief met een complex kenmerk (S.I.3650/111 B II).
Historische Context
Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Direct na de inval in mei 1940 werden schaarse middelen, zoals brandstof, streng gerantsoeneerd.
De oprichting van een "Kleine Benzinecommissie" op lokaal niveau duidt op de noodzaak om het verbruik van benzine binnen de gemeente nauwgezet te controleren en te verdelen. Gemeentelijke diensten moesten hun voorraden opgeven om te voorkomen dat er ongeautoriseerde reserves werden aangelegd. De term "geblokkeerde voorraad" verwijst waarschijnlijk naar brandstof die door hogere instanties was gereserveerd voor specifieke (nood)doeleinden en waar de dienst zelf niet zomaar over mocht beschikken. Dit soort administratieve verslaglegging was essentieel voor de bezetter en het lokale bestuur om de oorlogseconomie draaiende te houden onder de toenemende schaarste.