Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 8 mei 1941. De Directeur (van een gemeentelijke dienst, mogelijk Wijk 3). [Linksboven in blauw potlood:] Verzonden 8/5
[Rechtsboven handgeschreven:] Ir. Jonkman
[Rechtsboven getypt:] HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis,
A l h i e r .
Wijk 3.
100/3/11 M. 8 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 29 April jl. (No.S.I.
2715/111 B II) bericht ik U, dat op 1 Mei 1941 bij mijn dienst in
voorraad was: 242 liter benzine. Een geblokkeerde voorraad was niet
aanwezig, terwijl er voor 250 liter benzine bonnen waren afgegeven
aan het tankstation op de Centrale Markt, welke hoeveelheid echter
op 1 Mei des morgens nog niet was betrokken.
De Directeur, De brief is een administratieve rapportage over de brandstofvoorraad van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst aan het begin van de maand mei 1941. De directeur van de betreffende dienst reageert op een verzoek van de 'Kleine Benzinecommissie', die onder voorzitterschap van de stadsingenieur stond.
Er wordt gerapporteerd over een actuele voorraad van 242 liter benzine. Daarnaast wordt melding gemaakt van een bestelling van 250 liter via bonnen bij een tankstation op de Centrale Markt, die op de peildatum (1 mei) nog niet was opgehaald ('betrokken'). Het document getuigt van de strikte bureaucratische controle op schaarse middelen tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Al zeer kort na de invasie in mei 1940 werden brandstoffen gerantsoeneerd vanwege de oorlogsschaarste en de behoeften van de Duitse Wehrmacht.
De instelling van een 'Kleine Benzinecommissie' duidt op een gemeentelijk orgaan dat toezicht hield op de verdeling van de schaarse brandstof onder essentiële publieke diensten. De verwijzing naar de 'Centrale Markt' en 'Wijk 3' duidt hoogstwaarschijnlijk op Amsterdam, waar de Centrale Markthallen een belangrijk logistiek punt vormden en de administratieve indeling destijds werkte met dergelijke wijkduidingen. De genoemde "Ir. Jonkman" zou kunnen verwijzen naar een hogere ambtenaar bij de Dienst der Publieke Werken. Stadsingenieur (De heer) Publieke Werken Wehrmacht
Samenvatting
De brief is een administratieve rapportage over de brandstofvoorraad van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst aan het begin van de maand mei 1941. De directeur van de betreffende dienst reageert op een verzoek van de 'Kleine Benzinecommissie', die onder voorzitterschap van de stadsingenieur stond.
Er wordt gerapporteerd over een actuele voorraad van 242 liter benzine. Daarnaast wordt melding gemaakt van een bestelling van 250 liter via bonnen bij een tankstation op de Centrale Markt, die op de peildatum (1 mei) nog niet was opgehaald ('betrokken'). Het document getuigt van de strikte bureaucratische controle op schaarse middelen tijdens de bezettingsjaren.
Historische Context
Dit document stamt uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Al zeer kort na de invasie in mei 1940 werden brandstoffen gerantsoeneerd vanwege de oorlogsschaarste en de behoeften van de Duitse Wehrmacht.
De instelling van een 'Kleine Benzinecommissie' duidt op een gemeentelijk orgaan dat toezicht hield op de verdeling van de schaarse brandstof onder essentiële publieke diensten. De verwijzing naar de 'Centrale Markt' en 'Wijk 3' duidt hoogstwaarschijnlijk op Amsterdam, waar de Centrale Markthallen een belangrijk logistiek punt vormden en de administratieve indeling destijds werkte met dergelijke wijkduidingen. De genoemde "Ir. Jonkman" zou kunnen verwijzen naar een hogere ambtenaar bij de Dienst der Publieke Werken.