Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het eigen archief).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het eigen archief). 21 juni 1941. De Directeur (dienst onvermeld, maar gerelateerd aan de Gemeente Amsterdam). De Heer Secretaris van de Commissie voor Smeeroliën, Gemeente Energiebedrijf, Amsterdam-Noord. [Handgeschreven, blauw:] Verzonden 21/6 [handtekening/paraf, mogelijk "M. Jonker"]
[Getypt:]
HG.
den Heer Secretaris van de Commissie
voor Smeeroliën, Gemeente Energiebedrijf
Centrale Noord, Papaverweg 55,
Amsterdam-Noord.
100/5/13 M. 21 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw brief No.5-160 d.d. 9 Juni jl. deel
ik U mede, dat bij mijn dienst geen poetskatoen wordt gebruikt.
De Directeur, Dit document is een korte administratieve mededeling. De kern van de brief is de ontkenning van het gebruik van "poetskatoen" binnen de betreffende dienst. De brief is een reactie op een eerdere informatieaanvraag van de 'Commissie voor Smeeroliën' van 9 juni 1941. Het document is een doorslag, wat blijkt uit de typische textuur van het papier en de handgeschreven aantekening "Verzonden 21/6", wat een administratieve handeling bevestigt voor het dossier. De afkorting "HG." boven de adressering staat waarschijnlijk voor "Hooggeachte". De brief is gedateerd in juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren ontstond er al snel een groot tekort aan grondstoffen en materialen. De bezetter stelde diverse organen in om de distributie van schaarse middelen (zoals olie, vetten en textiel) strikt te reguleren. Poetskatoen, een bijproduct van de textielindustrie dat essentieel was voor het onderhoud van machines, viel onder deze schaarste. De 'Commissie voor Smeeroliën' binnen het Gemeente Energiebedrijf (GEB) Amsterdam had blijkbaar de taak om het verbruik van dergelijke materialen bij gemeentelijke diensten te inventariseren of te rantsoeneren. De verklaring dat er *geen* poetskatoen werd gebruikt, was in deze context van belang voor de centrale materiaalplanning. M. Jonker Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Dit document is een korte administratieve mededeling. De kern van de brief is de ontkenning van het gebruik van "poetskatoen" binnen de betreffende dienst. De brief is een reactie op een eerdere informatieaanvraag van de 'Commissie voor Smeeroliën' van 9 juni 1941. Het document is een doorslag, wat blijkt uit de typische textuur van het papier en de handgeschreven aantekening "Verzonden 21/6", wat een administratieve handeling bevestigt voor het dossier. De afkorting "HG." boven de adressering staat waarschijnlijk voor "Hooggeachte".
Historische Context
De brief is gedateerd in juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren ontstond er al snel een groot tekort aan grondstoffen en materialen. De bezetter stelde diverse organen in om de distributie van schaarse middelen (zoals olie, vetten en textiel) strikt te reguleren. Poetskatoen, een bijproduct van de textielindustrie dat essentieel was voor het onderhoud van machines, viel onder deze schaarste. De 'Commissie voor Smeeroliën' binnen het Gemeente Energiebedrijf (GEB) Amsterdam had blijkbaar de taak om het verbruik van dergelijke materialen bij gemeentelijke diensten te inventariseren of te rantsoeneren. De verklaring dat er geen poetskatoen werd gebruikt, was in deze context van belang voor de centrale materiaalplanning.