Archief 745
Inventaris 745-366
Pagina 184
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekening.

29 mei 1941. Van: Commissie van Voorlichting voor Kweekers van Voedingsgewassen in Volkstuinen e.d.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekening. 29 mei 1941. Commissie van Voorlichting voor Kweekers van Voedingsgewassen in Volkstuinen e.d. D/HG.

100/6/6 M.
n 2

[Handgeschreven: Verzonden 29/5]

29 Mei 1941.

Commissie van Voorlichting
voor Kweekers van Voedings-
gewassen in Volkstuinen e.d.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 17 dezer om advies ontvangen stukken no.494 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met de gedachte van mijn Ambtgenoot voor den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening, neergelegd in zijn, zich onder de stukken bevindenden brief d.d. 3 Mei jl. No.5086/v.gr./CDL. kan vereenigen.

Ik moge hierbij opmerken, dat er vrij algemeen in den lande naar wordt gestreefd, dat de teelt door volkstuinders wordt beperkt tot de artikelen "late aardappelen" en "bruine boonen", omdat de deskundigen van oordeel zijn, dat ons land het geheele jaar door in ruim voldoende mate door de beroepskweekers van groenten wordt voorzien. Ik moge onder andere in dit verband verwijzen naar artikelen, opgenomen in het vakblad "De Tuinderij" van 27 Februari en 7 Maart jl., waarin dit onderwerp uitvoerig wordt behandeld.

Ik acht het gewenscht, dat de door den directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening bedoelde Commissie zich in de eerste plaats met het bestudeeren van dit onderwerp gaat bezighouden.

De Directeur, Deze brief vormt een formeel advies van de "Commissie van Voorlichting voor Kweekers van Voedingsgewassen" aan de lokale Wethouder van Levensmiddelen. De kern van het schrijven is het ondersteunen van een beleid waarbij particuliere volkstuinders zich niet moeten bezighouden met de algemene groenteteelt, maar hun inspanningen moeten concentreren op calorierijke bewaarproducten: late aardappelen en bruine bonen.

De argumentatie hiervoor is tweeledig:
1. Bescherming van de sector: Men stelt dat beroepskwekers al voldoende groenten produceren voor de markt. Door volkstuinders te beperken, wordt voorkomen dat de commerciële markt wordt verstoord door amateurteelt.
2. Voedselzekerheid: In tijden van schaarste (oorlogstijd) zijn aardappelen en bonen van strategisch belang vanwege hun houdbaarheid en voedingswaarde.

De toon is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucreatie van die periode, met gebruik van archaïsche termen zoals "kantbrief", "d.d. 17 dezer" en "jl." (jongstleden). De datum van het document, 29 mei 1941, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment ruim een jaar onder Duitse bezetting. De voedselvoorziening werd centraal aangestuurd door de "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" (CDL) onder strikte distributieregels.

Tijdens de oorlogsjaren werden volkstuinen en 'noodtuinen' (op braakliggende terreinen in steden) essentieel voor de overleving van de stedelijke bevolking. De overheid probeerde deze informele teelt echter strak te reguleren. Men wilde voorkomen dat burgers massaal groenten gingen verbouwen die ook al door professionele tuinders werden geproduceerd, omdat dit de prijsvorming en de georganiseerde distributie (inclusief export naar Duitsland) in de weg kon zitten.

De focus op "late aardappelen" en "bruine bonen" wijst op de verschuiving naar een overlevingseconomie: men richtte zich op gewassen die in de winter opgeslagen konden worden, om zo de druk op de schaarse voedselvoorraden in de koudere maanden te verlichten. De verwijzing naar het vakblad "De Tuinderij" toont aan dat dit beleid ook breed werd gecommuniceerd en ondersteund binnen de agrarische sector.

Samenvatting

Deze brief vormt een formeel advies van de "Commissie van Voorlichting voor Kweekers van Voedingsgewassen" aan de lokale Wethouder van Levensmiddelen. De kern van het schrijven is het ondersteunen van een beleid waarbij particuliere volkstuinders zich niet moeten bezighouden met de algemene groenteteelt, maar hun inspanningen moeten concentreren op calorierijke bewaarproducten: late aardappelen en bruine bonen.

De argumentatie hiervoor is tweeledig:
1. Bescherming van de sector: Men stelt dat beroepskwekers al voldoende groenten produceren voor de markt. Door volkstuinders te beperken, wordt voorkomen dat de commerciële markt wordt verstoord door amateurteelt.
2. Voedselzekerheid: In tijden van schaarste (oorlogstijd) zijn aardappelen en bonen van strategisch belang vanwege hun houdbaarheid en voedingswaarde.

De toon is uiterst formeel en ambtelijk, kenmerkend voor de Nederlandse bureaucreatie van die periode, met gebruik van archaïsche termen zoals "kantbrief", "d.d. 17 dezer" en "jl." (jongstleden).

Historische Context

De datum van het document, 29 mei 1941, is cruciaal voor het begrip van de inhoud. Nederland bevond zich op dat moment ruim een jaar onder Duitse bezetting. De voedselvoorziening werd centraal aangestuurd door de "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" (CDL) onder strikte distributieregels.

Tijdens de oorlogsjaren werden volkstuinen en 'noodtuinen' (op braakliggende terreinen in steden) essentieel voor de overleving van de stedelijke bevolking. De overheid probeerde deze informele teelt echter strak te reguleren. Men wilde voorkomen dat burgers massaal groenten gingen verbouwen die ook al door professionele tuinders werden geproduceerd, omdat dit de prijsvorming en de georganiseerde distributie (inclusief export naar Duitsland) in de weg kon zitten.

De focus op "late aardappelen" en "bruine bonen" wijst op de verschuiving naar een overlevingseconomie: men richtte zich op gewassen die in de winter opgeslagen konden worden, om zo de druk op de schaarse voedselvoorraden in de koudere maanden te verlichten. De verwijzing naar het vakblad "De Tuinderij" toont aan dat dit beleid ook breed werd gecommuniceerd en ondersteund binnen de agrarische sector.

Kooplieden in dit dossier 100

Accountants honorarium
Afschrijving op Meubelen en Inventaris
Algemeene Kosten
W.F. Siebert Uilenburg
G.A. Erhendreich Uilenburg C.Douwesweg, schip "Cornelia" no. 3562
G. Barbieri Uilenburg Latherusstraat 48 hs
Barmhartigheid, I. *K30181* Uilenburg Rapenburgerstraat 56
L. Barmhartigheid Uilenburg Jodenbreestraat 28 I
Batum, W.F. van *K30138 1/7'41* Uilenburg Bestevaerstraat 70 I
Beesemer, I. *K.30185* Uilenburg Alex. Boersstraat 7
Berg, I. v.d. **K30924** Uilenburg
M. v.d.Berg Uilenburg
Bever, B. van *K30190 1/7'41* Uilenburg Krugerstraat 25
B. Van Zwanenburgwal Zandstraat 16 III
Biet, B. *K30193 1/7'41* — Uilenburg Rapenburgerstraat 116 I
N. Blaugrund Uilenburg
Bleekveld, B. *K30195 1/10'41* Uilenburg Vrolikstraat 128 II
Blog, G. *K30202* — Uilenburg Tilanusstraat 23 II
Boas, J. *K30213 1/7'41* Uilenburg Valkenburgerstraat 150 II
Boeken, D. *K. 30215* Uilenburg Lepelstraat 2 c III
G.M. Hogers Uilenburg Rozenstraat 198 hs
G.A. Erhendreich Uilenburg
J. Premsela Uilenburg
D. Eitje Uilenburg
E. Engelsman Uilenburg
Fierlier, J. *K 30301 t/m 1/7 '41* Uilenburg
Frank, J. *K 30304 t/m 1/2 '41* Uilenburg
S. Frank Uilenburg
M. Franschman Uilenburg
F. van Uilenburg
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4