Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 14 augustus 1941. De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Centrale Markt). [Handgeschreven in blauw potlood/inkt:] Verzonden 14/8
[Rechtsboven:]
het Hoofd van het Gemeentelyk
Materialenbureau,
Oudezyds Achterburgwal 213,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 3.
[Links:] 100/7/12 M
[Rechts:] 14 Augustus 1941.
[Body:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 dezer no. 10/118
G.M.B. circ. 70 heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn dienst
één dienstwoning in gebruik is (welke wordt bewoond door den
bedrijfschef der Centrale Markt); hiervoor worden echter van
Gemeentewege geen brandstoffen verstrekt.
[Rechtsonder:]
De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een eerdere navraag (van 9 augustus 1941) van het Gemeentelijk Materialenbureau over het gebruik van dienstwoningen en de verstrekking van brandstoffen. De afzender meldt dat er binnen zijn dienst één dienstwoning in gebruik is, namelijk door de bedrijfschef van de Centrale Markt. Het belangrijkste punt van de brief is de mededeling dat de gemeente voor deze specifieke woning geen brandstoffen (zoals kolen of hout) levert. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor correspondentie tussen gemeentelijke instanties. Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen toe, waardoor een strikte administratie en distributie noodzakelijk waren. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" speelde waarschijnlijk een centrale rol in het beheer en de toewijzing van deze schaarse middelen binnen de gemeente Amsterdam. De brief illustreert de bureaucratische controle op het verbruik van brandstoffen in gemeentelijke panden tijdens de oorlogsjaren. De spelling vertoont kenmerken van de toenmalige schrijfwijze (zoals 'Gemeentelyk' en 'Oudezyds'). Gemeente Amsterdam
Samenvatting
De brief is een formeel antwoord op een eerdere navraag (van 9 augustus 1941) van het Gemeentelijk Materialenbureau over het gebruik van dienstwoningen en de verstrekking van brandstoffen. De afzender meldt dat er binnen zijn dienst één dienstwoning in gebruik is, namelijk door de bedrijfschef van de Centrale Markt. Het belangrijkste punt van de brief is de mededeling dat de gemeente voor deze specifieke woning geen brandstoffen (zoals kolen of hout) levert. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor correspondentie tussen gemeentelijke instanties.
Historische Context
Dit document stamt uit augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode nam de schaarste aan grondstoffen en brandstoffen toe, waardoor een strikte administratie en distributie noodzakelijk waren. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" speelde waarschijnlijk een centrale rol in het beheer en de toewijzing van deze schaarse middelen binnen de gemeente Amsterdam. De brief illustreert de bureaucratische controle op het verbruik van brandstoffen in gemeentelijke panden tijdens de oorlogsjaren. De spelling vertoont kenmerken van de toenmalige schrijfwijze (zoals 'Gemeentelyk' en 'Oudezyds').