Officieel schrijven / circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel schrijven / circulaire van de Gemeente Amsterdam. 16 oktober 1941. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte), namens deze de Gemeentesecretaris. [Briefhoofd, onderstreept:]
GEMEENTE AMSTERDAM
No. 49/2d H. 1941.
Amsterdam, 16 October 1941.
Onder verwijzing naar mijn besluit
van 19 September j.l., No. 49/2a H., heb
ik de eer, U mede te deelen, dat van
Vrijdag, 17 October a.s. af, een aanvang
mag worden gemaakt met het verwarmen der
lokalen in de gebouwen, ressorteerende
onder Uw dienst.
De Burgemeester van Amsterdam,
VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
H. VAN BUUREN Jr.
l.s.
AAN
Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
[Stempel in paars/blauw onderaan:]
Nº 100/7/15 M. 1941 16/10
C.S. Stadhuis
A'dam 10-'41.
[Rechtsboven handgeschreven paraaf in blauw potlood] Het document is een korte, zakelijke mededeling van het Amsterdamse gemeentebestuur aan de verschillende hoofden van gemeentelijke diensten. De kern van de boodschap is de officiële toestemming om vanaf vrijdag 17 oktober 1941 de verwarming in de publieke gebouwen aan te zetten.
Opvallende kenmerken:
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele ambtenarentaal ("heb ik de eer, U mede te deelen", "ressorteerende").
* Ondertekening: De brief staat op naam van Burgemeester Voûte, maar is getekend door de Gemeentesecretaris (H. van Buuren Jr.) "l.s." (loco secretaris).
* Administratieve sporen: De grote stempel onderaan geeft aan dat het document is ingeschreven bij de Centrale Secretarie (C.S.) van het Stadhuis onder een specifiek rangnummer. De datum in de stempel (16/10) correspondeert met de verzenddatum. Dit document dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Edward Voûte, wiens naam bovenaan de ondertekening staat, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam nadat de democratisch gekozen raad en de vorige burgemeester opzij waren gezet.
De inhoud van de brief — de strikte regulering van de datum waarop de verwarming aan mag — wijst op de schaarste aan brandstoffen (voornamelijk kolen) tijdens de oorlogsjaren. De bezetter controleerde de energievoorraad streng om deze prioritair in te kunnen zetten voor de eigen oorlogsindustrie. Zelfs voor openbare gebouwen was het stookseizoen aan strakke regels en specifieke startdata gebonden om verspilling tegen te gaan.