Archiefdocument
Origineel
4 juli 1941. De Regeeringscommissaris voor Amsterdam (E.J. Voûte). Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën van de gemeente Amsterdam. Nº 100 / 22 / 1 M. 1941
GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. V.H. 1941
No. 484
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 4 Juli 1941.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Hierbij breng ik, voor zooveel noodig, onder Uw aandacht, dat het met het oog op de materialenpositie in het algemeen ongewenscht moet worden geacht, dat U overgaat tot verkoop van hout (waaronder begrepen gerooide boomen).
In verband hiermede verzoek ik U ter zake te voren overleg te plegen met het Gemeentelijk Materialenbureau, en verkoopen als bovenbedoeld alleen te doen geschieden, indien genoemd Bureau daartoe machtiging heeft verleend.
GH.
De Regeeringscommissaris voor Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]
de Gemeentesecretaris,
Aan
Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
[Handtekening: J. F. Franken]
Model G. A. 5
2500-4-'41 Dit document is een officiële interne circulair van de gemeente Amsterdam, gedateerd 4 juli 1941. De kern van de boodschap is een strikte beperking op het vervreemden (verkopen) van hout door gemeentelijke diensten. Zelfs "gerooide boomen" vallen onder deze regeling.
De reden die hiervoor wordt opgegeven is de "materialenpositie in het algemeen", wat een eufemisme is voor de toenemende schaarste aan grondstoffen tijdens de Duitse bezetting. Voortaan mag er alleen hout verkocht worden na expliciete machtiging van het "Gemeentelijk Materialenbureau". Dit wijst op een gecentraliseerd beheer van schaarse middelen.
Het document is ondertekend door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" en mede-ondertekend door de gemeentesecretaris. De handtekening van de regeringscommissaris is die van Edward Voûte. Dit schrijven is opgesteld tijdens de Tweede Wereldoorlog, ruim een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De context is essentieel voor het begrijpen van de titels en de inhoud:
- De Regeeringscommissaris: In het begin van 1941 ontsloeg de Duitse bezetter het democratisch gekozen college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (evenals de gemeenteraad). In hun plaats werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris. Hij had de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de wethouders en legde verantwoording af aan de bezetter.
- Schaarste en distributie: Naarmate de oorlog vorderde, werden grondstoffen zoals metaal, brandstof en dus ook hout steeds schaarser. Veel materialen werden door de bezetter geclaimd voor de Duitse oorlogsindustrie (de Arbeitseinsatz en de Rüstungsinspektion). Om de resterende voorraden te beheren, werden organen zoals het Materialenbureau opgericht.
- Hout als brandstof: Hoewel dit document spreekt over "verkoop", werd hout later in de oorlog (vooral tijdens de hongerwinter) een cruciale en illegale bron van brandstof voor de bevolking. Deze vroege maatregel uit 1941 laat zien dat de overheid toen al probeerde de controle over de houtvoorraad strak in handen te houden om te voorkomen dat het ongecontroleerd uit de gemeentelijke inventaris verdween.