Archiefdocument
Origineel
Departement van Landbouw en Visscherij, Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, Bureau Grondstoffen. [Handgeschreven:] № 100/34/1 M.1941 9/12 [Onleesbare paraaf]
[Handgeschreven:] 109/8. 7
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ
RIJKSBUREAU VOOR DE VOEDSELVOORZIENING IN OORLOGSTIJD.
BUREAU GRONDSTOFFEN.
======================================================================
No. 21.722. Schr/vR.
TOELICHTING BIJ HET OPGAVEFORMULIER VAN WERKTUIGEN
EN ONDERDEELEN BESTEMD VOOR DE NATIONALE RESERVE VAN HET
RIJKSBUREAU VOOR DE VOEDSELVOORZIENING IN OORLOGSTYD.
Op 23 September 1941 verscheen de IJzer en Staalbeschik-
king No. 7 in de Nederlandsche Staatscourant No. 185, inhoudende
de verplichting van ieder industriëel bedrijf in Nederland om
alle materiaal van ijzer en staal, hetzij machines of installa-
ties of onderdeelen, welke in 1939 minder dan vijftien dagen in
gebruik waren, aan te melden op daarvoor bij de Kamers van Koop-
handel en Fabrieken verkrijgbaar gestelde formulieren, teneinde
dit materiaal in te leveren als schroot.
Er is verder gelegenheid gegeven om van de verplichte
inlevering van dit materiaal bevrijd te worden door een dispen-
satie-aanvrage in te dienen. Dit moest geschieden door het be-
trokken bedrijf zèlf, en velen Uwer zullen dit ook gedaan hebben.
Wij hebben echter goede redenen om over het algemeen
aan het succes van deze dispensatie-verzoeken te twijfelen, aan-
gezien wij ervaren hebben, dat in het algemeen de gronden onvol-
doende of onduidelijk zijn vermeld.
Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstyd
vraagt derhalve Uwe medewerking voor een plan, dat veel verder
gaat, dan bovengenoemde beschikking, namelijk het vormen van
een "nationale reserve" van ons Rijksbureau voor die bedrijven,
welke onder ons Rijksbureau of onder de bij ons Rijksbureau be-
hoorende Centrales ressorteeren, voor zoover zij als houders
van reservemateriaal worden aangemerkt, waarin alle werktuigen
en onderdeelen van ijzer of staal, welke niet in gebruik zijn,
ook die, welke niet meer in gebruik zijn, zooveel als die, wel-
ke buiten gebruik gesteld worden, worden ondergebracht.
Over al deze werktuigen en onderdeelen wordt door een
desbetreffende verordening, welke eerstdaags in de Nederland-
sche Staatscourant zal verschijnen, aan al Uwe bedrijven, voor
zoover zij als houders van reserve-materiaal worden aangemerkt,
de bevoegdheid ontnomen om er vrijelijk over te beschikken.
Ingevolge deze verordening, welke zal worden aangeduid
als het Besluit Reservemateriaal V.V.O., zal aan houders van
reservemateriaal verder ontheffing worden verleend van de ver-
plichte inlevering volgens de IJzer- en Staalverordening No. 7,
voor zoover deze houders van reservemateriaal hebben voldaan
aan de verplichtingen, hun opgelegd in het Besluit Reserve-
materiaal V.V.O. Het document is een officiële toelichting van het Departement van Landbouw en Visscherij aan industriële bedrijven binnen de voedselsector. De kern van de tekst is een reactie op de 'IJzer en Staalbeschikking No. 7', die bedrijven verplichtte om ongebruikt ijzer- en staalwerk in te leveren als schroot.
Het Rijksbureau signaleert dat veel bedrijven ontheffing aanvragen, maar dat deze verzoeken vaak zwak onderbouwd zijn. Als oplossing stelt het bureau het 'Besluit Reservemateriaal V.V.O.' voor. Bedrijven kunnen hun ongebruikte machines onderbrengen in een "nationale reserve". Hoewel zij hierdoor de zeggenschap over dit materiaal verliezen (ze mogen het niet meer vrijelijk verkopen of vernietigen), worden ze in ruil daarvoor vrijgesteld van de verplichte inlevering als schroot. Dit document stamt uit de herfst van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Er was in deze periode een nijpend tekort aan grondstoffen. De Duitse bezetter voerde een beleid waarbij zoveel mogelijk schrootmetaal werd gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie.
De oprichting van een "nationale reserve" door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening kan worden gezien als een administratieve strategie om essentieel industrieel materieel te behoeden voor omsmelting. Door het aan te merken als 'reserve voor de voedselvoorziening' (een vitale sector, ook voor de bezetter), probeerde de Nederlandse ambtenarij de productiemiddelen van de landbouw en visserij binnen de eigen grenzen en infrastructuur te houden, in plaats van ze te laten wegvloeien naar de Duitse wapenfabrieken.