Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 4 februari 1941. De Directeur der Stadsreiniging, Amsterdam (gevestigd aan de Kwakerstraat 1). De Heer Wethouder voor de Gemeentebedrijven, Amsterdam. No. 101/1/2 M11941 AFSCHRIFT.
No. 709 L.M.1940.
STADSREINIGING. Amsterdam, 4 Februari 1941.
Hoofdkantoor: Kwakerstraat 1.
Naar aanleiding van Uw verzoek d.d. 18 Januari 1941 in den vorm van een aanteekening op het schrijven van den Voedselcommissaris voor Noord-holland d.d. 15 Januari 1941, mij ter kennisneming in handen gesteld onder Uw nummer 1200 G.B.1940, om een voorstel te doen voor benoeming van vertegenwoordigers van veehouders en schillenophalers in de commissie van advies inzake afzet en prijs der afvallen van levensmiddelen, bericht ik U, na ruggespraak met de betreffende bonden, te kunnen voorstellen:
a. voor de veehouders: H. Brinkman Jz., Damrak 30, Amsterdam
Secretaris van den Bond van Melkveehouders.
als plaatsvervanger: B. Hopman, Sr., Sloterweg 532, Amsterdam.
b. voor de schillenophalers: P. Berghoef, Oosteinderweg 467, Aalsmeer,
Voorzitter van den Bond van Schillenophalers
"Door Eendracht Sterk".
als plaatsvervanger: A. de Vries, Sloterweg 172, Badhoevedorp, H'meer.
De Directeur der Stadsreiniging.
Aan den Heer Wethouder voor
de Gemeentebedrijven,
Alhier. Dit document is een administratieve correspondentie uit het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is het voordragen van specifieke personen voor een adviescommissie die zich bezighoudt met de economische waarde van afvalstoffen.
De genoemde personen zijn:
* H. Brinkman Jz.: Een sleutelfiguur binnen de melkveehouderij, gevestigd aan het Damrak.
* P. Berghoef: Voorzitter van de bond van schillenophalers, een beroepsgroep die in die tijd essentieel was voor de kringloopeconomie (afval als veevoer).
Het document weerspiegelt de strakke organisatie van de stedelijke diensten en de nauwe samenwerking met beroepsverenigingen ("bonden") om de voedselvoorziening en afvalverwerking te reguleren. De terminologie ("Voedselcommissaris", "afzet en prijs der afvallen") wijst op een centraal gestuurde economie waarbij zelfs huisvuil (schillen) een strategische grondstof was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd schaarste een dagelijkse realiteit. Voedselafvallen, zoals aardappelschillen, waren uiterst waardevol als veevoer voor varkens en rundvee om de vlees- en melkproductie op peil te houden. De "schillenman" was een bekend figuur in het straatbeeld die dit organisch afval ophaalde.
Omdat de invoer van veevoer door de oorlog stagneerde, moesten lokale bronnen optimaal benut worden. De instelling van een commissie voor de "afzet en prijs" van deze afvallen toont aan dat de overheid de markt voor dit 'afval' volledig reguleerde om speculatie te voorkomen en de distributie naar de juiste agrarische sectoren te waarborgen. De betrokkenheid van de "Voedselcommissaris" onderstreept het belang van deze schijnbaar triviale afvalstroom voor de nationale voedselzekerheid in oorlogstijd.