Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 13 maart 1941. Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen. Den Heer Hoofdcommissaris van Politie, Amsterdam. AFSCHRIFT.
DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART.
RIJKSBUREAU VOOR OUDE MATERIALEN EN AFVALSTOFFEN.
's-Gravenhage, 13.3.1941.
Paleisstraat 7.
Afdeeling Secretariaat.
S.no.3189/1941.
Doss. K.2.
Den Heer Hoofdcommissaris van Politie,
A m s t e r d a m.
Hiermede heb ik de eer U afschriften te doen toekomm van brieven van P. Bakhuizen en G. Dijkstra, kleinhandelaren in oude materialen en afvalstoffen, in Uw gemeente, die zich beklagen dat zij belemmerd worden in de uitoefening van hun bedrijf. Ik zou het ten zeerste op prijs stellen indien U mij wilt mede-deelen, op grond van welke bepaling dit geschiedt.
De Directeur van het Rijksbureau
voor Oude Materialen en Afvalstoffen
(get) onleesbaar.
Bijlagen:
2 afschriften.
VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT,
[Rond rood stempel:]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE
* 7e Bureau *
AMSTERDAM * Inhoud: De directeur van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen verzoekt de Amsterdamse politie om opheldering over de belemmering van de bedrijfsvoering van twee specifieke handelaren: P. Bakhuizen en G. Dijkstra.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U", "ten zeerste op prijs stellen"). Er is een typefout zichtbaar in het woord "toekomm" (bedoeld is "toekomen").
* Visuele kenmerken: De namen van de handelaren zijn met een gekleurd potlood onderstreept, waarschijnlijk door een medewerker van de politie ter attentie. Het stempel van het "7e Bureau" van de Amsterdamse politie onderaan duidt op de interne verwerking van dit afschrift. * Historische periode: De brief dateert van maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Economische controle: Tijdens de bezetting werden diverse 'Rijksbureaus' opgericht om de distributie en handel in schaarse grondstoffen (zoals oud ijzer en afvalstoffen) streng te reguleren ten behoeve van de oorlogseconomie.
* Toepassing: De politie trad in deze periode vaak op als handhaver van nieuwe verordeningen. De vraag "op grond van welke bepaling" suggereert dat het Rijksbureau wilde verifiëren of de politie handelde volgens de landelijke richtlijnen of dat er sprake was van lokale willekeur dan wel specifieke beperkingen voor deze ondernemers. G. Dijkstra P. Bakhuizen Hoofdbureau Politie Rijksbureau
Samenvatting
- Inhoud: De directeur van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen verzoekt de Amsterdamse politie om opheldering over de belemmering van de bedrijfsvoering van twee specifieke handelaren: P. Bakhuizen en G. Dijkstra.
- Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U", "ten zeerste op prijs stellen"). Er is een typefout zichtbaar in het woord "toekomm" (bedoeld is "toekomen").
- Visuele kenmerken: De namen van de handelaren zijn met een gekleurd potlood onderstreept, waarschijnlijk door een medewerker van de politie ter attentie. Het stempel van het "7e Bureau" van de Amsterdamse politie onderaan duidt op de interne verwerking van dit afschrift.
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert van maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
- Economische controle: Tijdens de bezetting werden diverse 'Rijksbureaus' opgericht om de distributie en handel in schaarse grondstoffen (zoals oud ijzer en afvalstoffen) streng te reguleren ten behoeve van de oorlogseconomie.
- Toepassing: De politie trad in deze periode vaak op als handhaver van nieuwe verordeningen. De vraag "op grond van welke bepaling" suggereert dat het Rijksbureau wilde verifiëren of de politie handelde volgens de landelijke richtlijnen of dat er sprake was van lokale willekeur dan wel specifieke beperkingen voor deze ondernemers.