Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 30 april 1941. De Administrateur der afdeeling Levensmiddelen (ondertekend namens deze). Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
[Handgeschreven bovenin:] Mr. de Kan t. k. [onleesbaar]
AMSTERDAM, 30 April 1941.
AFD. L.M.
No. 709 -1941-
BIJLAGEN : 4.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Gestempeld:] № 101/2/5 M.1941 ⅚
[Handgeschreven paraaf en tekst:] Dit [onleesbaar]
Hierbij doe ik U ter kennisneming toekomen drie lijsten, gemerkt A, B en C van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen te 's-Gravenhage.
Lijst A bevat de namen van personen, die vanwege bovengenoemd bureau een vergunning als kleinhandelaar in oude materialen en afvalstoffen hebben ontvangen. Lijst B vermeldt de namen van personen, die wèl bij het Rijksbureau zijn ingeschreven, doch niet in het bezit van een rijksvergunning zijn gesteld, terwijl lijst C de namen vermeldt van leurders, die blijkens de destijds ingestelde enquête zich bezig hielden met den handel in oude materialen, doch zich niet bij het Rijksbureau lieten inschrijven. De op lijst B en C voorkomende personen mogen zich volgens instructie van het Rijksbureau niet met den handel in oude materialen en afvalstoffen bezig houden.
De personen, achter wier namen een serie en nummer vermeld staan, zijn in het bezit van een gemeentelijke opkoopersvergunning.
Ten slotte zend ik U nog een lijst, vermeldende de namen van personen, in het bezit van een gemeentelijke opkoopersvergunning, doch wier namen op geen der drie bovenbedoelde lijsten voorkomen.
VM
[Initialen]
De Administrateur der afdeeling Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Handtekening]
Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Linksonder:]
Model G.A. 6
50.000-10-'37
[Handgeschreven in linkermarge:]
Afgedaan
[Initialen]
5/5-'41 * Administratieve controle: Het document illustreert de toenemende bureaucratische controle op de handel in schaarse goederen tijdens de bezettingsjaren. Er is een duidelijke schifting tussen handelaren met een rijksvergunning (Lijst A), zij die wel geregistreerd zijn maar geen vergunning hebben (Lijst B), en "leurders" die illegaal buiten het systeem om werkten (Lijst C).
* Jurisdictie: Er is sprake van een gelaagdheid in regelgeving: de landelijke regels van het 'Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen' worden getoetst aan en gecombineerd met de lokale 'gemeentelijke opkoopersvergunning'.
* Handhavingsaspect: De brief dient als instructie voor de Dienst van het Marktwezen om toezicht te houden. Expliciet wordt vermeld dat personen op lijst B en C verboden is handel te drijven.
* Wartime economy: De focus op "oude materialen en afvalstoffen" (recycling) is typerend voor een oorlogseconomie waarin grondstoffen schaars zijn en elk restant gereguleerd moet worden ten behoeve van de (Duitse) oorlogsindustrie. In april 1941 was de Duitse bezetting van Nederland bijna een jaar gaande. De bezetter voerde een strakke regie over de economie. Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een van de vele 'Rijksbureaus' die werden opgericht om de distributie en productie van goederen te beheersen.
Veel kleine handelaren in de Amsterdamse binnenstad, waaronder een aanzienlijk aantal Joodse ondernemers, waren afhankelijk van de handel in oud ijzer, lompen en papier. De strenge vergunningsplicht en de administratieve uitsluiting (zoals hierboven beschreven bij lijst B en C) vormden vaak de eerste stap naar economische uitsluiting en verdere repressie. De documenten in dit archief geven hiermee een inkijkje in de wijze waarop de gemeentelijke administratie functioneerde als uitvoerder van landelijke (en indirect bezettings-) maatregelen. L.M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen Rijksbureau