Getypt officieel schrijven (Afschrift).
Origineel
Getypt officieel schrijven (Afschrift). 's-Gravenhage, 6 februari 1942. De Directeur van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart). De Heer Burgemeester der Gemeente Amsterdam. No.101/2/1 M.1942 13/2 AFSCHRIFT.
DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART.
Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen.
No. 21674 's-Gravenhage, 6 Februari 1942.
Afd. Organisatie.
Betreffende: Uw schrijven
van 23 Januari 1942.
Aan den Heer Burgemeester
der Gemeente Amsterdam.
Naar aanleiding van Uw schrijven d.d. 23 Januari jl. deel ik U mede, dat ik gaarne gebruik zal maken van de door U toegezegde medewerking inzake de organisatie van den ophaaldienst voor oude materialen en afvalstoffen in de gemeente Amsterdam.
Teneinde aan Uw verzoek, aangehaald in het slot van Uw schrijven te voldoen, moge ik U de volgende inlichtingen verstrekken.
Het ligt in mijn bedoeling de gemeente Amsterdam in ongeveer 115 wijken te verdeelen, welke toegewezen zullen worden aan 115 kleinhandelaren - vergunninghouders van mijn Bureau, aan wie het alleenrecht zal worden toegekend om alle in hun wijk voorkomende oude materialen en afvalstoffen in te zamelen of op te koopen.
Aangezien de ervaring mij heeft geleerd, dat de verdeeling in wijken van een groote gemeente niet wel mogelijk is zonder medewerking van de gemeentelijke instanties, heeft mijn Bureau zich inmiddels gewend tot den heer Directeur van de Stadsreiniging, den heer Noppen, die zijn volle medewerking reeds toezegde.
Tevens heeft mijn Bureau zich gewend tot den Heer Directeur van het Marktwezen, wiens medewerking werd verzocht ten aanzien van nadere inlichtingen omtrent de in te schakelen kleinhandelaren. Ook van die zijde kan mijn Bureau, zooals mij werd toegezegd, op volledigen steun rekenen.
Het zou mij ten zeerste welkom zijn, indien ook de politieautoriteiten hun medewerking zouden verleenen ten aanzien van de contrôle op de verschillende categorieën ingeschakelde vergunninghouders (papierophalers, wijkvergunninghouders, thuiszittende opkoopers), alsmede er op toe te zien, dat niet-ingeschakelde kleinhandelaren uit de wijken geweerd worden.
Wat betreft de in te schakelen wijkvergunninghouders zou ik ook gaarne eerst het advies inwinnen van de politie, teneinde de zekerheid te hebben, dat slechts die personen een wijk wordt toegewezen, die te goeder naam en faam bekend staan.
In verband hiermede zou ik gaarne van U vernemen tot welke autoriteit mijn inspecteur voor Amsterdam zich kan wenden, teneinde een en ander nader te bespreken.
Tenslotte zou ik U in overweging willen geven de gemeentelijke opkoopersvergunningen van kleinhandelaren, die niet door mijn Bureau zullen worden ingeschakeld als wijkvergunninghouders of papierophalers, te doen intrekken, dan wel aan hun gemeentelijke vergunning de beperking te verbinden, dat zij niet geldig is voor het inzamelen of opkoopen van oude materialen en afvalstoffen in Uw gemeente.
De Directeur van het Rijksbureau
voor Oude Materialen en Afvalstoffen.
get. H.J.P. van Haaren.
z.o.z. * Kernboodschap: De brief beschrijft de herstructurering van de afval- en schrootinzameling in Amsterdam. De stad wordt verdeeld in 115 districten, waarbij telkens één erkende handelaar het alleenrecht krijgt.
* Regulering en Controle: Er is sprake van een sterke centralisatie. Het Rijksbureau wil de macht over de grondstoffenstroom grijpen door gemeentelijke vergunningen ondergeschikt te maken aan de eigen Rijksvergunningen.
* Samenwerking: Er wordt expliciet verwezen naar samenwerking met de Stadsreiniging (onder directeur A.M. Noppen) en het Marktwezen.
* Selectiecriteria: De schrijver vraagt de politie om kandidaten te screenen op "goede naam en faam". Dit wijst op een morele en politieke selectie van wie in de stad zaken mag doen.
* Handhaving: De politie wordt gevraagd om niet-geautoriseerde handelaren actief uit de wijken te weren, wat duidt op het hardhandig bestrijden van de informele economie of "vrije" handel. Dit document stamt uit februari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Grondstoffen zoals metalen, papier en textiel waren cruciaal voor de (Duitse) oorlogsindustrie.
Het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen was een van de vele crisisorganen die door de bezetter en de collaborerende administratie werden ingezet om de distributie en inzameling van schaarse goederen volledig te beheersen. De genoemde directeur van de Stadsreiniging, A.M. Noppen, is een bekend historisch figuur in de Amsterdamse geschiedenis.
De brief illustreert de overgang van een vrije markt van opkopers naar een streng gereguleerd systeem van "vergunninghouders". In de context van 1942 betekende de screening op "goede naam en faam" door de politie vaak ook de uitsluiting van Joodse handelaren, die voorheen een groot aandeel hadden in de handel in oude metalen en textiel (vodden), en de bevoordeling van politiek "betrouwbare" (NSB-gezinde) personen.