Getypte brief of ambtelijke rapportage (pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Getypte brief of ambtelijke rapportage (pagina 2 van een groter geheel). Niet expliciet vermeld op deze pagina, maar de tekst refereert aan de jaarlijkse vernieuwingsdatum van 1 juni. De spelling en context suggereren de jaren '40 van de 20e eeuw. -2-
vergunning voor het ophalen van lompen alhier is verstrekt, bedraagt
474.
Blijkens lijst a is door Uw Bureau aan 457 personen een ver-
gunning uitgereikt, waarvan bij onderzoek is gebleken, dat er 198
niet in het bezit van een gemeentelijke vergunning zijn. Uitgezon-
derd de personen, die zich alleen bezighouden met het ophalen van
oud papier, waarvoor immers geen gemeentelijke vergunning noodig
is, zullen deze personen alsnog in het bezit van een gemeentelijke
vergunning moeten worden gesteld; voorts moeten daarentegen, zoo-
als uit de lijsten b en c is gebleken, de gemeentelijke vergunningen
van 123 personen worden ingetrokken, omdat zij geen vergunning
verkregen van Uw Bureau, waarbij nog 73 personen komen, die mede
in het bezit van een gemeentelijke opkoopersvergunning zijn, doch
op geen der drie bovenbedoelde lijsten voorkomen.
Lijsten, bevattende de namen en adressen van deze personen,
doe ik U hierbij toekomen.
Er zouden dus in totaal 196 vergunningen moeten worden inge-
trokken van personen, die reeds sedert jaren het beroep van lom-
penventer uitoefenen, terwijl aan 198 personen, die hier ter stede
nimmer hebben gevent, een vergunning moeten worden uitgereikt.
Gaarne verneem ik, waarom die 196 vergunningen moeten worden in-
getrokken. Ik meen hiertegen voorts ernstig bezwaar te moeten
maken. Eischt een intensieve inzameling van oude materialen en af-
valstoffen een grooter aantal venters dan het aantal, hetwelk een
gemeentelijke vergunning heeft, dan zal tot uitbreiding moeten wor-
den overgegaan; het lijkt mij echter niet juist hiervoor een wille-
keurig aantal personen te kiezen en zij, die reeds jaren het be-
roep van lompenventer uitoefenen, hiervan uit te sluiten.
Nog afgezien van het persoonlijk nadeel, dat door deze handel-
wijze wordt berokkend, acht ik het ook voor een doeltreffende in-
zameling onjuist, dat een groot aantal in dat vak doorknede
menschen worden uitgeschakeld.
Daar alle venters en opkopers ieder jaar vóór 1 Juni hun ver-
gunning voor één jaar moeten laten vernieuwen, heb ik voorloopig
opdracht gegeven, dat opkoopersvergunningen slechts kunnen worden
vernieuwd, indien de houders ervan in het bezit zijn van een door
Uw Bureau afgegeven vergunning en hen, die een dergelijke vergun-
ning nog niet verkregen, naar bovengenoemd bureau voor het verkrij-
gen van een rijksvergunning te verwijzen.
Ingevolge het in bovenaangehaald schrijven gedaan verzoek, heb
ik intusschen een politioneel onderzoek doen instellen naar de 198 * Kernproblematiek: Er is een conflict tussen de lijst van het "Bureau" (waarschijnlijk een rijksinstantie) en de feitelijke gemeentelijke vergunningen. Hierdoor dreigen ervaren venters hun recht op werk te verliezen ten gunste van mensen zonder ervaring.
* Bestuurlijke frictie: De auteur van het document spreekt zijn duidelijke ongenoegen uit over de onlogische bureaucratie. Hij pleit voor het behoud van vakmanschap ("doorknede menschen") om een "doeltreffende inzameling" te waarborgen.
* Juridisch aspect: De tekst maakt een interessant onderscheid tussen het ophalen van lompen (vergunningsplichtig) en oud papier (vrijgesteld). Ook wordt de koppeling tussen gemeentelijke vergunningen en rijksvergunningen benadrukt.
* Terminologie: Woorden als "lompenventer", "opkoopersvergunning" en "politioneel onderzoek" zijn kenmerkend voor de ambtelijke taal van die tijd. Dit document stamt waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog of de vroege jaren van de wederopbouw in Nederland. In tijden van schaarste was de inzameling van oude materialen (lompen, metalen, papier) van cruciaal economisch en strategisch belang. De overheid probeerde deze informele sector te reguleren via een stelsel van rijks- en gemeentelijke vergunningen. De kritiek in de brief wijst op de moeizame afstemming tussen centrale sturing (het "Bureau") en de lokale praktijk in de steden. De verticale streep in de marge onderstreept het morele en praktische bezwaar tegen het broodroof van ervaren beroepsbeoefenaars.