Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of officieel afschrift). 5 juni 1941. Onbekend (mogelijk een gemeentelijke afdeling 'Marktwezen', gezien de krabbel "Marktw"). Referentienummer L.M. 709 -1940-. [In de linkerbovenhoek, handgeschreven/stempel:]
Nº 101/2/6 M.1941 22/9
[In de rechterbovenhoek, handgeschreven:]
Marktw.
5 Juni 1941
L.M.
709 -1940-
In antwoord op Uw schrijven d.d. 21 Maart j.l., No.137 W.H./Q met de daarbij toegezonden lijsten a, b en c deel ik U mede, dat in de hier ter stede sinds 1 September 1934 bestaande Ventverordening onder meer bepaald is, dat het opkoopeh van voorwerpen of stoffen van welken aard ook, zonder een daartoe door Burgemeester en Wethouders verleende schriftelijke vergunning verboden is:
a. op of aan den openbaren weg of in de huizen,
b. te water aan boord van vaartuigen,
c. in slaapsteden, logementen, of in de aanhoorigheid van dergelijke inrichtingen.
Overeenkomstig deze bepalingen zijn in 1933 en 1934 alle lompenventers of opkoopers van lompen, metalen en gedragen kleeding geregistreerd en van een opkoopersvergunning voorzien, indien werd aangetoond, dat zij als opkooper hier ter stede bekend stonden.
Deze bepaling in de Ventverordening werd in hoofdzaak in het leven geroepen uit overwegingen in het belang van de openbare orde en/of veiligheid en om heling e.d. tegen te gaan. De vergunningen worden o.a. ingetrokken en niet meer verleend tot een jaar na het ondergaan van een vrijheidsstraf. Bovendien kan de vergunning worden ingetrokken, indien vaststaat, dat deze gebruikt wordt als dekmantel voor bedelarij, ongeoorloofde praktijken e.d. Andere bepalingen der Ventverordening maken het tevens mogelijk, dat degenen, die niet gedurende het geheele jaar van het opkoopen hun bedrijf kunnen maken, hun vergunning laten overschrijven om met andere artikelen te kunnen venten.
Daar de Ventverordening spreekt van "opkoopen" of "venten", vallen onder de bepalingen der Ventverordening dus niet personen, die oud papier ophalen, waarvoor niets wordt betaald, welke bezigheid een geheel andere is dan die van de opkoopers door de Ventverordening bedoeld. Het totaal aantal personen, aan wie een
het Bureau voor oude materialen
en afvalstoffen,
Paleisstraat 7,
's-G R A V E N H A G E.
----------------------- * Taal en Spelling: Formeel administratief Nederlands. Opvallend is een typefout in de eerste alinea ("opkoopeh" in plaats van opkoopen).
* Inhoud: De brief dient als verduidelijking van de lokale regelgeving (de Ventverordening uit 1934) met betrekking tot het beroepsmatig opkopen van goederen. De autoriteiten benadrukken dat het vergunningenstelsel bedoeld is om criminaliteit (heling), bedelarij en overlast te beperken.
* Juridisch onderscheid: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen de commerciële opkoper (vergunningsplichtig) en de inzamelaar van oud papier die daarvoor niet betaalt (niet vergunningsplichtig volgens deze verordening).
* Onvolledigheid: De tekst breekt af midden in de zin: "Het totaal aantal personen, aan wie een". Dit duidt erop dat er oorspronkelijk een tweede pagina was waarop statistische gegevens volgden. * Historische periode: De brief is gedateerd 5 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Grondstoffenschaarste: Tijdens de bezetting werden grondstoffen zoals metalen, textiel (lompen) en papier uiterst schaars en cruciaal voor de (Duitse) oorlogsindustrie.
* Het Bureau voor oude materialen en afvalstoffen: Dit bureau was onderdeel van de distributie- en reguleringsorganen die door de bezetter waren ingesteld (vaak ressorterend onder het Rijksbureau voor Oud Papier of vergelijkbare instanties). De centrale overheid/bezetter probeerde via dergelijke bureaus grip te krijgen op de informele sector van de 'voddenboeren' en afvalverwerkers om de stroom van herbruikbare materialen te maximaliseren en te controleren.
* Lokale versus centrale controle: De brief toont de interactie tussen de bestaande gemeentelijke regelgeving (de Ventverordening uit de jaren '30) en de nieuwe, gecentraliseerde behoefte aan informatie over grondstoffenstromen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Marktwezen Rijksbureau