Doorschrift van een getypte ambtelijke brief.
Origineel
Doorschrift van een getypte ambtelijke brief. 5 maart 1942. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). De heer J.J. Bruinsma, Spaarndammerstraat 29 II, Amsterdam. Nº 2A/7/3 FE. 1942 5/3
Marktw [handgeschreven]
Aan
den heer J.J.Bruinsma,
Spaarndammerstraat 29 II,
A_L_H_I_E_R(C).
L.M. 222
-1942-
[onleesbare handgeschreven paraaf] 5 Maart 1942.
In antwoord op Uw schrijven van 10 Februari j.l. bericht ik U dat van de zijde der gemeente geen aanleiding bestaat maatregelen te Uwer gunste te nemen. Ik vestig er nog Uw aandacht op, dat U zich aan de ter zake geldende wettelijke bepalingen moet houden.
vM De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer Bruinsma op 10 februari 1942 had ingediend. De gemeente ziet geen reden om hem tegemoet te komen ("maatregelen te Uwer gunste te nemen"). De toon van de brief is kortaf en streng bureaucratisch, eindigend met een expliciete waarschuwing dat de geadresseerde zich strikt aan de geldende wetten moet houden.
De handgeschreven notitie "Marktw" in de rechterbovenhoek duidt er waarschijnlijk op dat de brief betrekking heeft op de afdeling 'Marktwezen' of de 'Markthallen'. Dit suggereert dat de heer Bruinsma mogelijk een koopman of handelaar was die een vergunning, ontheffing of andere begunstiging had aangevraagd in een tijd waarin de handel door de bezettingsautoriteiten zwaar aan banden werd gelegd. Het document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte, wiens naam (getypt met de toevoeging "get." voor getekend) onder de brief staat, was de door de Duitsers benoemde burgemeester van Amsterdam. Hij voerde een beleid dat nauw aansloot bij de wensen van de bezetter.
In 1942 was de controle op de economie en de voedselvoorziening in Amsterdam totaal. De waarschuwing om zich aan de "wettelijke bepalingen" te houden, moet in dit licht gezien worden: het overtreden van distributieregels of handelsvoorschriften kon in deze periode leiden tot zware straffen. De brief is een voorbeeld van hoe het gemeentelijke apparaat onder Nationaal-Socialistisch toezicht functioneerde als een streng handhavend orgaan. J.F. Franken J.J. Bruinsma Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formele afwijzing van een verzoek dat de heer Bruinsma op 10 februari 1942 had ingediend. De gemeente ziet geen reden om hem tegemoet te komen ("maatregelen te Uwer gunste te nemen"). De toon van de brief is kortaf en streng bureaucratisch, eindigend met een expliciete waarschuwing dat de geadresseerde zich strikt aan de geldende wetten moet houden.
De handgeschreven notitie "Marktw" in de rechterbovenhoek duidt er waarschijnlijk op dat de brief betrekking heeft op de afdeling 'Marktwezen' of de 'Markthallen'. Dit suggereert dat de heer Bruinsma mogelijk een koopman of handelaar was die een vergunning, ontheffing of andere begunstiging had aangevraagd in een tijd waarin de handel door de bezettingsautoriteiten zwaar aan banden werd gelegd.
Historische Context
Het document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Edward Voûte, wiens naam (getypt met de toevoeging "get." voor getekend) onder de brief staat, was de door de Duitsers benoemde burgemeester van Amsterdam. Hij voerde een beleid dat nauw aansloot bij de wensen van de bezetter.
In 1942 was de controle op de economie en de voedselvoorziening in Amsterdam totaal. De waarschuwing om zich aan de "wettelijke bepalingen" te houden, moet in dit licht gezien worden: het overtreden van distributieregels of handelsvoorschriften kon in deze periode leiden tot zware straffen. De brief is een voorbeeld van hoe het gemeentelijke apparaat onder Nationaal-Socialistisch toezicht functioneerde als een streng handhavend orgaan.