Ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief / adviesnota. 2 februari 1939. De Directeur der Publieke Werken, namens deze de Secretaris, A. de Bruyn. De Directeur der Gemeente-Belastingen, Heerengracht 196, Amsterdam-C. DIENST DER
PUBLIEKE WERKEN AMSTERDAM.
No...../Doss.215 Bs.
AMSTERDAM, 2 Februari 1939.
Onderwerp:
Uitstalling voor perc.
Alb.Cuypstraat 126.
2 Bylagen
Antw. op No.5166 Bel.Pr.
dd. 30 December 1938.
Aan den Heer Directeur der
Gemeente-Belastingen,
Heerengracht 196,
AMSTERDAM-C.
Onder terugzending van de aanvraag van J.Brandon, tot het mogen uitstallen met manufacturen voor perveel Albert Cuypstraat 126, op tafeltjes, 2 x 1 m langs en 0.70 uit den gevel, en plat tegen den gevel 3 m langs en 0,15 m uit den gevel, bericht ik U, dat er naar myn meening geen byzondere aanleiding bestaat om hier van den algemeenen regel, om voor uitstallingen niet meer dan 0.50 m uit den gevel toe te staan, af te wyken.
Op het moment stalt adressant uit op tafeltjes van 0.50 m breedte. Wel ligt het in zyn bedoeling om, indien de vergunning wordt verleend, op tafeltjes van 0,70 m uit te stallen.
Adressant neemt met een uitstalvergunning tot 0.50 m uit den gevel ook genoegen.
Ik geef U derhalve in overweging, vergunning te verleenen voor een uitstalling, als in het Politierapport sub 1e bedoeld, doch niet meer dan tot 0.50 m uit den gevel.
Tegen een uitstalling met manufacturen plat tegen den gevel bestaat by my geen bezwaar.
Buiten de gevellyn is openbare gemeentegrond.
De Directeur P.W.,
acc.m/d door den Dir.get.min.
de Secretaris,
w.g. A.de Bruyn. Dit document is een ambtelijk advies van de Dienst der Publieke Werken (PW) aan de Dienst der Gemeente-Belastingen betreffende een vergunningsaanvraag voor een winkeluitstalling aan de Albert Cuypstraat 126 in Amsterdam.
Kernpunten van de inhoud:
* De Aanvraag: De winkelier, J. Brandon, vraagt toestemming om manufacturen (stoffen/kleding) uit te stallen op tafels van 70 cm diep, evenals een display direct tegen de gevel van 15 cm diep.
* De Regelgeving: PW hanteert een strikte "algemeenen regel" dat uitstallingen op de stoep niet dieper mogen zijn dan 50 cm.
* Het Advies: PW ziet geen reden om van deze 50 cm-regel af te wijken voor Brandon, ondanks zijn verzoek voor 70 cm. Er wordt opgemerkt dat Brandon momenteel al tafels van 50 cm gebruikt en ook genoegen zou nemen met een vergunning voor die diepte.
* Conclusie: PW adviseert de Gemeente-Belastingen om de vergunning te beperken tot 50 cm uit de gevel voor de tafels. Voor de uitstalling plat tegen de gevel (15 cm) is geen bezwaar.
* Juridische kanttekening: De brief benadrukt dat alles buiten de gevellijn "openbare gemeentegrond" is, wat de noodzaak voor een vergunning en eventuele precariobelasting onderstreept. Dit document stamt uit februari 1939, een periode waarin de Amsterdamse bureaucratie de openbare orde en het gebruik van de openbare weg nauwkeurig reguleerde. De Albert Cuypstraat was toen (net als nu) een belangrijke handelsstraat met de bekende Albert Cuypmarkt.
Interessant is de interactie tussen verschillende gemeentelijke diensten: de Dienst der Publieke Werken adviseert over de technische en ruimtelijke inrichting, terwijl de uiteindelijke vergunningverlening en inning van gelden (precario) via de Gemeente-Belastingen verliep.
De term "manufacturen" duidt op een winkel in textiel, stoffen of kleding, wat destijds een zeer gangbare branche was in deze buurt. De brief illustreert de voortdurende spanning tussen de wens van winkeliers om hun handelswaar zo prominent mogelijk te presenteren en de behoefte van de gemeente om de doorgang op het trottoir voor voetgangers te waarborgen.