Ambtelijk schrijven / Begeleidend schrijven bij een aanvraag.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Begeleidend schrijven bij een aanvraag. 17 augustus 1942 (gebaseerd op de aantekening in de marge). Ftm. H.J.K. Dijkhgreve
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen toekomen een aanvrage tot toelating als georganiseerde bij de Ned. Groen Fr. Centrale om ingedeeld te worden in de groep handelaren in gewassen van den tuinbouw (Groep E); benevens een afschrift van een op deze aanvrage betr. hebbend rapport van den contrôleur B. Felthuis van mijn dienst.
Ik voeg hieraan nog toe, dat als gevolg van de nauwe relaties, [pijl naar rechts] welke Dijkhgreve met den tuinbouw heeft, naar mijn mening de kans op overtreding van het veilinggebod wordt vergroot.
D.D.
[Marginale aantekeningen:]
28/11/2 17 [in rood]
17/8/42 WE [in blauw/zwart] De kern van dit document is een ambtelijk advies over de toelating van een zekere H.J.K. Dijkhgreve tot de officiële handel in tuinbouwproducten. De afzender (ondertekend met de initialen D.D.) stuurt de aanvraag en een rapport van een controleur (B. Felthuis) door naar een hogere instantie.
Opvallend is de kritische kanttekening die met een pijl is toegevoegd. De ambtenaar waarschuwt dat de aanvrager te "nauwe relaties" heeft met de tuinbouwsector. In de context van de toenmalige regelgeving werd dit gezien als een risico: men vreesde dat Dijkhgreve zijn connecties zou gebruiken om buiten de officiële kanalen om te handelen (het ontduiken van het veilinggebod). Dit wijst op een streng toezicht op de distributieketen. Het document dateert uit augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de economie strak gereguleerd via een distributiestelsel en verschillende 'Centrales' (zoals de Nederlandse Groenten en Fruit Centrale).
Het veilinggebod was in deze tijd een cruciale maatregel: telers waren verplicht hun producten via de officiële veilingen te verkopen. Dit stelde de bezetter en de Nederlandse autoriteiten in staat om de voedselstroom te beheersen, prijzen te controleren en de export naar Duitsland te garanderen. Handelaren die "buitenom" kochten of verkochten (de zwarte markt), ondermijnden dit systeem. De vrees voor "nauwe relaties" in dit document is dan ook een directe verwijzing naar de angst voor illegale handel en prijsopdrijving in oorlogstijd. B. Felthuis H.J.K. Dijkhgreve