Administratieve kaart/oproepingskaart betreffende marktwezen.
Origineel
Administratieve kaart/oproepingskaart betreffende marktwezen. 15 februari 1939 (stempel en handgeschreven data). Linkerzijde:
№ 25/23/2 M. 1939 [stempel in paars/blauw]
8/2/39 RS [handgeschreven in inkt bij stempel]
Opgeroepen per
(datum) 15 Febr. '39...... (uur) 9 1/2-12 u
wegens niet geregeld bezetten plaats op de markt
Alb. Cuypstraat [handgeschreven]
voorkomskaart no. 359 [handgeschreven]
Aan J. Mossel
v. Woustraat 149 II
Rechterzijde:
Aanteekeningen Inspecteur:
Aan oproeping
geen gevolg gegeven,
van sollicitantenlijst
afvoeren 15-2-'39
de Haan [handtekening]
[Rechtsonder, ander handschrift:]
opbergen
geschrapt
form. no. 453
15/2 '39 R * Inhoud: Het betreft een officieel document van de marktininspectie. De heer J. Mossel is opgeroepen om op 15 februari 1939 tussen 9:30 en 12:00 uur te verschijnen. De reden voor de oproep is dat hij zijn vaste of toegewezen plek op de Albert Cuypmarkt niet regelmatig bezette.
* Resultaat: De inspecteur (de Haan) noteert dat de heer Mossel niet is komen opdagen ("geen gevolg gegeven"). Als sanctie wordt hij van de sollicitantenlijst (de wachtlijst voor een vaste marktplaats) geschrapt.
* Terminologie: "Voorkomskaart" verwijst vermoedelijk naar een registratiekaart van aanwezigheid of inschrijving. De afkorting "9 1/2" staat voor half tien 's ochtends.
* Administratieve afhandeling: Het document bevat diverse parafen en dossiernummers, wat duidt op een strikte bureaucratische afhandeling van marktplaatsvergunningen in de vooroorlogse periode. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten, specifiek de Albert Cuypmarkt, aan het einde van de jaren dertig. De Albert Cuypstraat en de Van Woustraat liggen in de wijk De Pijp.
Gezien de datum (februari 1939) en de achternaam 'Mossel', een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam, is het historisch relevant in de context van de Joodse geschiedenis van de stad vlak voor de Duitse bezetting. Marktkooplieden vormden een significant deel van de Joodse beroepsbevolking in deze buurt. Het niet bezetten van een plaats kon wijzen op economische malaise of persoonlijke omstandigheden. De sanctie (schrapping van de lijst) betekende effectief het verlies van de mogelijkheid om op legale wijze een inkomen op de markt te verwerven. J. Mossel Marktwezen