Officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Origineel
Officiële brief/ambtelijke correspondentie. 27 november 1942. Een ongenoemde dienst (ondertekend door de waarnemend Directeur). Kenmerk: 2B/59/6 M. en vB/HG. De Heer Secretaris van de Commissie van Advies inzake het verleenen van vergunningen krachtens het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941, Riouwstraat 145, 's-Gravenhage. Verzonden 27/11 [handgeschreven]
vB/HG.
den Heer Secretaris van de Commissie
van Advies inzake het verleenen van
vergunningen krachtens het Bedrijfsver-
gunningenbesluit 1941
Riouwstraat 145,
's - G r a v e n h a g e .
2B/59/6 M.
27 November 1942.
Bedrijfsvergunning
J.F.Spiering Jr.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 November jl. No.
698 B. heb ik de eer U in antwoord op de in Uw brief gestelde
vragen in bijlage dezes afschrift te doen toekomen van een rap-
port van den contrôleur B.Felthuis van mijn dienst.
De Directeur,
wnd. Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het doorsturen van een rapport van een controleur (B. Felthuis) naar aanleiding van vragen over een bedrijfsvergunning voor een zekere J.F. Spiering Jr.
De brief is opgesteld in de typische ambtelijke stijl van die tijd ("heb ik de eer U... in bijlage dezes... te doen toekomen"). Het gebruik van de spelling met "den" (den Heer, den contrôleur) was destijds nog gangbaar in officiële stukken, hoewel de spelling-Marchant al in de jaren '30 was ingevoerd voor het onderwijs. De spatiering in de plaatsnaam "'s - G r a v e n h a g e" is een grafisch kenmerk dat vaak werd gebruikt om de naam van de stad te benadrukken in adresseringen. Het document verwijst naar het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 (Verordening 120/1941). Dit was een maatregel van de bezettingsmacht, uitgevoerd door het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Hoewel gepresenteerd als een middel voor economische ordening en planning, gaf dit besluit de bezetter en de gelijkgeschakelde departementen een machtig instrument in handen om de Nederlandse economie volledig te controleren.
In de praktijk werd dit besluit vaak ingezet voor de 'arisering' van het bedrijfsleven: het bemoeilijken of onmogelijk maken van bedrijfsvoering door Joodse ondernemers en het overdragen van hun belangen aan niet-Joden. Ook werd het gebruikt om ongewenste concurrentie tegen te gaan of om de schaarse grondstoffen te sturen naar sectoren die voor de Duitse oorlogseconomie van belang waren. De "Commissie van Advies" in de Riouwstraat in Den Haag speelde hierin een centrale bureaucratische rol. De aanwezigheid van een "contrôleur" (B. Felthuis) onderstreept de actieve toezichtfase die bij dergelijke aanvragen hoorde.